Winterverwachting in relatie El Niño / koude-anomalie N-Atlantische Oceaan

Door omstandigheden zijn de beelden bij dit artikel verloren gegaan en zie je enkel nog de tekst versie:

Afgelopen zomer (!) zag ik reeds de eerste winterverwachtingen verschijnen en in de aanloop naar de winter 2015 -2016 zijn er inmiddels al weer diverse in de media (internet) de revue gepasseerd. Opvallend daarbij dat de meeste van die prognoses net als in de voorgaande jaren telkens weer een koude tot zeer koude winter voorspellen”. Ik gebruik maar even het woord “voorspellen” want veelal ontbreekt bij de prognoses de onderbouwing of worden er links en theorieën aangehaald die misschien zeer interessant zijn maar geen of nauwelijks “voorspellende” waarde voor de komende winter hebben.

Overigens zien we de laatste jaren wel dat de atmosfeer en klimaat modellen steeds betere resultaten boeken met betrekking tot de lange termijn verwachtingen. De komende weken zullen we ongetwijfeld meer serieuze en minder serieuze winterverwachtingen tegen gaan komen. Hoeveel waarde moeten we er echter aan deze prognoses hechten en in hoeverre zijn deze wetenschappelijk onderbouwd of getoetst? Laten we eens kijken of we een klein tipje van de “winter”sluier kunnen oplichten!

Weerprognoses voor de korte termijn  (3 dagen) en de middellange termijn (3 tot 5 dagen) opstellen is pure wetenschap dan wel brute rekenkracht losgelaten op een enorme hoeveelheid weerdata en waarnemingen waarover we dagelijks kunnen beschikken. Met behulp van geavanceerde statistische methodieken wordt de Directe Model Output (DMO) nabewerkt. Ook afgeleide weer elementen, die niet direct door de modellen worden berekend, worden met gebruikmaking van fysische modellen en statistische technieken afgeleid. Ten slotte kan de meteoroloog de uitdraai dan nog verifiëren en waar nodig corrigeren dan wel aanpassen. Op deze manier is het al heel goed mogelijk om ook voor de wat langere termijn dagen heel goede prognoses op te stellen. Voor de langere termijn, pak hem beet vanaf dag 7 tot 15 wordt het allemaal erg onzeker en wordt vooral gebruik gemaakt van zogenaamde ensemble berekeningen, ook wel Ensemble Prediction System genoemd. De uitvoer van EPS-modellen heten Ensemble-verwachtingen, in Nederland ook wel “pluim” genoemd.

Tegenwoordig laat men EPS-rekenmodellen al tot 360 uur vooruit rekenen. Tot op heden is het succes over dergelijk lange perioden echter nog niet bijster hoog. Wel is de betrouwbaarheid van de middellange termijn sinds de invoering van EPS enorm vergroot. In krap tien jaar is EPS voor meteorologen een onmisbaar instrument geworden om hun verwachtingen op te baseren, mee te controleren en achteraf mee te beoordelen. Zonder EPS zouden de hedendaagse verwachtingen voor de middellange en lange termijn niet mogelijk zijn.

Het opstellen van de nog langere termijn verwachtingen (seizoenverwachtingen) is een hoofdstuk apart en staat ondanks steeds betere resultaten nog steeds in de kinderschoenen van de nog relatief jonge klimaatwetenschap en meteorologie. Wanneer het inderdaad zou lukken om een betrouwbare seizoensprognose te fabriceren dan is dat goud waard en iets waar de gehele wereldeconomie van zou profiteren. Tot de dag van vandaag is dit echter niet mogelijk gebleken en ook de komende jaren zal daar niet veel aan veranderen.  Daarvoor zijn het weer en klimaat eenvoudigweg te complex (chaotisch) en geen model of mens zal in staat zijn dit te kunnen, als is het simpelweg alleen al door het ontbreken van voldoende rekenkracht!

Ook behaalde resultaten in het verleden en vergelijkingen met steeds weer terugkerende weer en klimaat fenomenen zoals bijvoorbeeld El Nino, El Nina, Zonnecycli, vroeg sneeuwdek in Siberië, anomalieën van zeewater temperaturen geven geen echte houvast, laat staan garanties. Datzelfde geldt overigens voor het gedrag van de natuur (flora en fauna) welke als indicatoren voor het komende winterweer geen voorspelbare waarde hebben.

citaat KNMI -Voor Nederland zijn de seizoensvoorspellingen nog niet goed bruikbaar, al wordt dankzij onderzoek wel vooruitgang geboekt in de betrouwbaarheid. Verwachtingen tot maanden vooruit met details over koude- of hittegolven zijn voor ons land vandaag de dag nog niet meer dan koffiedik kijken. Het KNMI maakt dan ook voor Nederland geen seizoensverwachtingen.

Daarbij komt nog een ander probleem om de hoek kijken. Ook al zouden we instaat zijn de lange termijnprognoses voor de winter goed in kaart te brengen dan nog zegt dit helemaal niets over het daadwerkelijke verloop van de winter en al helemaal niet voor de details. Zo kunnen in een doorsnee te warme winter ook dagen met sneeuw en vorst voorkomen en kunnen in koude winter ook zachtere fases voorkomen waarbij juist in de Alpen de sneeuw met bakken uit de hemel komt vallen . Alles hangt af van kleinschalige factoren en fenomenen waarbij het uiteindelijk aankomt op de exacte  posities van de voor onze contreien belangrijke sturende drukgebieden. Het opstellen van precieze gedetailleerde seizoen prognoses is dan ook een utopie en enkel te realiseren met behulp van een horoscoop, het kijken in een glazen bol of middels het observeren van het gedrag van mieren dan wel eekhoorns die beukennootjes hamsteren : voorspellende waarde van dit alles – nihil- !

Dan rest nog de vraag in hoeverre er andere factoren invloed kunnen hebben op de komende winter. Daarbij doel ik met name op grootschalige gebeurtenissen zoals die momenteel gaande zijn. In de voorgrond staat die “mogelijke” extreem koude winter 2015 -2016 (horror winter) veroorzaakt door een Super El Niño waarbij  ook het zeewater van de noordelijke Atlantische Oceaan, wat dit jaar uitzonderlijk koud is, nog zijn steentje zal bijdragen. Laten we daarom deze twee fenomenen die laatste tijd nogal eens in de weer media worden aangehaald eens wat nader onder de loep nemen:

Media artikel – SHOCK WEATHER WARNING: Coldest winter for 50 YEARS set to bring MONTHS of heavy snow to UK – BRITAIN is facing the most savage winter in more than 50 years with months of heavy snowfall and bitter Arctic winds set to bring the country to a total standstill.  zie – hier

El Niño
El Niño was oorspronkelijk een sterke opwarming van de Stille Oceaan voor de kust van Noord-Peru en Ecuador. Tegenwoordig wordt de vaak daarmee samenhangende opwarming langs de evenaar tot het midden van de Stille Oceaan met deze naam aangeduid. In dit gebied komt normaal juist koel water uit de diepere oceaan naar boven. El Niño duurt gemiddeld een half jaar en het oppervlak van de oceaan kan langs de evenaar tot drie graden warmer zijn dan normaal voor de tijd van het jaar. De piek ligt vaak in december, vandaar de benaming El Niño wat “het (Kerst)kindje” betekent.

Dit jaar hebben we met een bijzonder krachtige El Niño te maken waarbij de totale Niño-Index, een maat voor hogere zeewatertemperaturen in de centrale Pacific, duidelijk hoger ligt dan normaal voor de periode van juli en augustus. Er wordt zelf gesproken van een super El Niño waarbij delen van de Pacifische Oceaan tot 6 graden warmer zijn dan “normaal”. Ook de sterkere westelijke winden en de verhoogde convectieve activiteit (onweerscomplexen) spreken daarvoor en wijzen erop dat El Niño zelfs de sterke El Niño van 1982-1983 en 1997-1998 zal overtreffen. Met name deze laatste zorgde destijds voor wereldwijde klimaat caperiolen! In sommige delen van de wereld werd het bijzonder nat (oostkust zuid Amerika Californië en zuiden van de USA, oost Afrika)  Andere delen van de wereld (Indonesië, Australië) werden juist extreem droog. Een sterke El Niño gaat meestal samen met een navolgende sterke La Nina die vooral in de daarop volgende zomer voor een actief “Hurricane” seizoen zorgt.

Op onze contreien (west Europa) heeft El Niño weinig tot geen invloed. In de nog relatief korte  geschiedenis dat de wetenschap de El Niño’s vervolgt en bestudeert zien we telkens weer een heel eigen karakter met betrekking tot de uitwerkingen. El Niño begint weliswaar als een lokaal verschijnsel in de Pacific, verschuift echter de klimatologische uitwerkingen over  de gehele aardbol zonder dat men daar regionaal conclusies aan kan verbinden. Het is ook maar de vraag in hoeverre regionale uitwerkingen hun eigen invloed op het weerbeeld hebben. In west Europa zijn de uitwerkingen van El Niño in vergelijking met andere delen van de wereld relatief zwak tot verwaarloosbaar.

El Niño – meteorologen waarschuwden al vroegtijdig voor zware tropische stormen en neerslag op de Filipijnen.Wel kunnen we uit de statistische (na)bewerkingen herleiden dat El Niño voor noord Europa een verhoogde kans op kouder en droger winterweer zal geven terwijl zuid Europa (westelijke Middellandse Zee) juist rekening moet houden met zachter en vooral ook wat natter winterweer. Met name de laatste fase van de winter en het voorjaar kunnen boven normale neerslaghoeveelheden gaan opleveren. (gebied uitstrekkend van zuid Engeland tot over centraal Azië). Op het winterweer in Nederland en België heeft El Niño zoals gezegd geen invloed.

citaat KNMI -Europa ligt buiten de belangrijkste banen met invloeden van El Niño. De effecten zijn hier dan ook zeer klein. In Spanje en Portugal valt in de herfst bij El Niño iets meer regen. In het voorjaar na een sterke El Niño krijgen we in Nederland en verder naar het oosten vaak een nat voorjaar, terwijl oost-Spanje dan iets droger en warmer is. In delen van Scandinavië is de winter bij El Niño gemiddeld wat strenger dan normaal, maar op het winterweer in Nederland heeft El Niño geen aantoonbare invloed.

Kijken we nog even naar de Alpen dan zouden we te maken gaan krijgen met een vrij warme herfst met zowel in oktober als november boven normale temperaturen. Vervolgens krijgen we een winter met overheersende westelijke winden en die 2 graden zachter dan normaal zal gaan verlopen. Voor de Alpen kan dit veel sneeuw gaan betekenen met voorkeur voor de westelijke (Franse) Alpen, de Zwitserse Alpen (Wallis) en de klassieke Weststau gebieden.

 

Dan rest ook nog de vraag of deze super El Niño iets te maken heeft met de global warming. De meeste klimaatwetenschappers en experts gaan ervan uit dat dit niet het geval. Er wordt dus geen relatie gezien met een warmere globe in relatie met het optreden van (sterkere) El Niño fases. Wel is het zo dat de klimaatmodellen suggereren dat El Niño’s vaker kunnen gaan voorkomen.

Golfstroom anomalie -noordelijke Atlantische Oceaan ongewoon koud.
Een ander fenomeen waarmee geschermd wordt zijn veranderingen in het stromingspatroon van de noordelijke Atlantische Oceaan. Sinds enige tijd zien we dat het water van de noordelijk Atlantische Oceaan en delen van de warme golfstroom ten noorden van de 30-breedtegraad meer dan 3 graden kouder is dan “normaal” (langjarig klimatologische gemiddelde). Er zijn diverse theorieën daarover gelanceerd maar de juiste toedracht van dit verschijnsel is grotendeels nog onbegrepen. Nu hoeven we ons niet meteen zorgen te gaan maken want dit fenomeen is op zich niet nieuw en we zagen dat in vroegere jaren ook optreden. Opvallend is echter wel dat de koude anomalie zich nu veel sterker voordoet dan tot dusver gezien.

De grote vraag is wat dit voor een invloed zal gaan hebben op het weer in onder andere west Europa, immers de lucht boven de Atlantische Oceaan wordt door het koudere zeewater minder opgewarmd dan in andere jaren. Daardoor is de lucht die bij ons vaak uit het noordwesten en westen waait kouder dan normaal. Dit zou invloed kunnen hebben op de depressie activiteit boven de Atlantische Oceaan met in het verlengde daarvan ook gevolgen voor het winterweer. Atlantische depressies halen hun energie voor een groot gedeelte uit de temperatuursverschillen tussen Pool streken en de Tropen (NAO /AO /High -Low Index). Dit verschil blijft natuurlijk aanwezig maar de vraag is nu in hoeverre de koudere Oceaan het ontstaan van depressie zal “remmen” en nog belangrijker in hoeverre de koers van de depressies en het verloop van de polaire jetstream  beïnvloed gaat worden. Dit kan wederom invloed hebben op het ontstaan en positie van de grotere sturende druksystemen. En zoals al eerder opgemerkt zijn juist die bepalend voor het weer boven onze hoofden. Voorlopig is nog volstrekt onduidelijk wat de gevolgen precies zullen zijn en we zullen moeten wachten op de antwoorden die de atmosfeer ons uiteindelijk zal gaan geven.

Het beloven dus interessante tijden te worden en in aanloop naar de komende inter zullen we zeker nog dieper ingaan op deze en aanverwante materie.  Verder wil ik graag verwijzen naar de artikelen van Lars van Galen die hier in verschillende artikelen dieper op ingaat.  Zie deel 1  – en zie  Deel 3 e.a.

Voorlopig zullen het dus moeten doen met “Boerenregels“, buikgevoelens, fantasten, horoscopen, de Enkhuizer Almanak of de nog steeds vrij “gebrekkige” modellering van onze steeds sterker worden rekenbreinen (weercomputers). Het blijft dus slechts een benadering met een hoog onzekerheidsgehalte en zoals weer collega Jan Vissers weer ooit eens zo mooi verwoordde:  “het zou zomaar kunnen dat we aan de vooravond staan van een strenge winter, het zou ook kunnen dat het een zachte waaiwinter gaat worden. Dat is wellicht geen bevredigend antwoord maar, denk ik, wel de waarheid.”.

To slot dan nog mijn eigen prognose voor deze winter opgesteld met een flinke portie buikgevoel, de output van het ECMWF en  GFS seizoen modellering en met een knipoog richting het bovenstaande: over de gehele linie verwacht ik voor west Europa een te zachte en neerslagrijke winter. Ook de Alpen krijgen te maken met  boven normale temperaturen met veel sneeuw voor de westelijke  Alpen, het Wallis en de overige westelijke Staugebieden. Voor de Benelux verwacht ik eveneens een zachte,  te natte en periodiek onstuimig winterweer.  Dit alles zonder enige garantie en of het uitkomt zullen we in het voorjaar weten. Hoe dan ook: “niet geschoten is altijd mis”!

Alpenweerman is powered by Kachelmann Wetter en Meteo-Oberwallis

Meer (Alpen)weer en updates ook via Alpenweerman Facebook of Twitter

 

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

22 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle reacties