Lees hier alles over wintersport in Innsbruck en omgeving


 

De afgelopen winters waren de warmste ooit gemeten op veel plekken in Europa. De opwarming van de aarde gaat onverminderd door en een trend van steeds warmere winters valt niet te ontkennen. Ondanks deze opwarmende trend zijn koude en sneeuwrijke winters nog steeds mogelijk.De timing van sneeuwval heeft veel invloed en de lokale verschillen zijn elk jaar groot. Vallen de weerkaarten goed, dan kan het zomaar eens een bijzondere winter worden. Wat kunnen we deze winter verwachten? We nemen je mee in de winterverwachting van 2021-2022.

Wintersport en klimaatverandering

De afgelopen winters waren zacht tot zeer zacht in Europa. De winter van 2019-2020 was de warmste in Europa ooit gemeten, maar afgelopen Coronawinter 2020-2021 was minder extreem zacht. In de Alpen was het een aardige winter met bovengemiddelde sneeuwhoeveelheden in de bergen. Gemiddelde genomen was de winter zacht, maar viel buiten de top 20 wat betreft warmste winters (ZAMG, 2021).

In de Alpen was het een prima winter, met veel sneeuw een aantal koude winterse dagen met die in het dal lang bleef liggen. Op de pistes die nog wel open waren was het rustig en soms zelfs verlaten zonder de toeristen. (Patscherkofel met uitzicht op Innsbruck, januari 2021)
Afbeelding met water, buiten, lucht, natuur Automatisch gegenereerde beschrijving
Eindelijk stonden afgelopen winter weer op de schaats, maar koude dagen worden steeds zeldzamer aldus het KNMI (februari, 2021).

Begin februari waren er ook in Nederland een aantal koude dagen en konden we weer op de schaats staan. Het was lang geleden dat er zulke koude meerdaagse verwachtingen werden uitgegeven. Toch was het ook niet zo zeldzaam dat we een aantal koude dagen hebben gezien. Van een echte koudegolf konden we dan niet spreken, want daar duurde de koude periode te kort voor. Het KNMI noemt dat de kans op zo’n koude week met schaatsen tegenwoordig gemiddeld nog eens in de ongeveer zes jaar voorkomt. Dat is twee keer zeldzamer dan voor de opwarming van de aarde. 

Iedere winter is uniek en er zijn een aantal ingrediënten die de winter bepalen 

Toch laat het zien dat we koude winterse dagen nog steeds mogelijk zijn, ook al gaat de opwarming van de aarde onverminderd door en is een trend van steeds warmer wordende winters overduidelijk.

Wat maakt een goede winter?

Iedere winter is uniek en er zijn een aantal ingrediënten die de winter bepalen. Dat zijn de basis condities, timing en lokale verschillen. 

De basis

Allereerst de basis condities oftewel de gemiddelde temperatuur en neerslag. Door de opwarming van de aarde stijgt de gemiddelde temperatuur waardoor de kans op koude winters afneemt en het sneeuwseizoen korter wordt. Onderzoek van de DWD, ZAMG en Meteoschweiz laat zien dat de sneeuw steeds minder vaak het dal bereikt en de gemiddelde nulgradengrens is gestegen in de Alpen. 

Tel daar het laatste klimaatrapport  van het IPCC bij op met de boodschap van de United Nations dat het code rood is voor de mensheid, dan is dat niet geruststellend vooruitzicht. Bovendien stijgt de gemiddelde temperatuur in de Alpen 2x zo snel als de globale temperatuur.

Niet alleen de gemiddelde globale temperatuur, maar vooral de omliggende zee en landmassa’s spelen een rol. Door de sterke afname van het zeeijs is een noordelijke aanvoer in de winter niet meer zo koud tegenwoordig. Warmte die wordt vastgehouden door zeeën en oceanen kunnen een bron zijn voor meer aanvoer van vochtige en zachtere lucht.

De koudste aanvoer komt vaak uit het noordoosten, maar ook die blijkt niet altijd meer zo koud te zijn en serieus winterweer te brengen. Het lijkt elke winter langer te duren voordat het echt overal flink afkoelt op het Noordelijk halfrond.

Timing

Ten tweede speelt timing een belangrijke rol. Vaak als we vooruitkijken naar de winter kijken we naar de gemiddelde temperatuur en neerslaghoeveelheden. Het gemiddelde zegt echter niks over het verloop van de winter, die wordt afgewisseld door warme en koude perioden. Als je kijkt naar het gemiddelde kan dat soms tegenvallen, maar dat betekent niet dat je geen goede wintersportweek te pakken kan hebben. 

Het gemiddelde zegt weinig over het verloop van de winter, die wordt afgewisseld door warme en koude perioden

In de Alpen kan het zo zijn de meeste sneeuwval pas komt in januari en dat je met de kerstdagen nog geen sneeuw hebt (zoals in winter van 2016). Soms is het een kwestie van geluk dat je net de goede week te pakken moet hebben. 

Lokale verschillen

Ten derde zijn er vaak ook grote lokale verschillen. Iedere winter zien we weer grote contrasten in de Alpen. De ene winter valt er veel sneeuw in de Noord-Alpen zoals de sneeuwdump januari 2019 en blijft en in het in de Zuid-Alpen droog en zonnig. Andere winters zien we weer vaker een goede Südstau, die kan zorgen voor een sneeuwdump in de Zuid-Alpen.

Soms zijn de lokale verschillen nog kleinschaliger waarbij in het ene dal sneeuw valt en in het andere dal de sneeuwvalgrens hoger blijft en regent. Het zijn deze microklimaatjes die het weer in de Alpen dan bepalen.

Seizoensverwachtingen – de zin en onzin

Het is goed om te bedenken dat wanneer we kijken naar de betrouwbaarheid van seizoensverwachtingen, deze voor Europa minder betrouwbaar zijn dan andere plekken op de wereld. Bovendien zeggen seizoensverwachtingen niets over het weer van dag tot dag, maar laten slechts een algemene trend zien.

Toch is het zeker zinsvol te kijken naar seizoensverwachtingsmodellen. Soms zijn er sterke signalen van een trend voor de komende maanden waardoor de kans toch groter is op een bepaalde weersituatie. Zo hebben ze de afgelopen jaren toch hun waarde laten zien. Meer achtergrond informatie over seizoensverwachtingen vind je hier: winterverwachting 2019-2020

Seizoensmodellen – Minder rode kaarten dit jaar?

In Figuur 1 zijn de 2 meter temperatuurafwijkingen van het ECMWF voor de wintermaanden december, januari, februari te zien. Deze seizoensverwachtingen laten de te verwachte afwijking zien voor de winters van 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021, uitgegeven in oktober van ieder jaar.

De verwachting destijds van 2019-2020 was de meeste opvallende met temperatuurafwijkingen van >2.0 graden Celsius die in groot deel van Europa (diep rood). Een aantal maanden later bleek deze verwachting realiteit te worden en werd het de warmste winter in Europa ooit gemeten. De daarop volgende winter van 2020-2021 was minder uitgesproken. Ook deze winter bleek vervolgens zacht te zijn, maar veel minder zacht dan de winter ervoor.

Figuur 1. De 2 meter temperatuurafwijkingen van het ECMWF voor de wintermaanden december, januari, februari ten opzichte van referentieperiode 1993-2016. Deze laat de anomalie zien met initiële verwachting genomen in oktober voor de winters van 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021 (bron: ECMWF)

Dit jaar zien we een hele andere seizoensverwachting voor aankomende winter dan de afgelopen jaren. Een temperatuurafwijking is voor een groot deel van Europa vrijwel niet te zien. En al helemaal niet de donkerrode kaarten van de winter van 2019-2020.

Mocht dit uit gaan komen dan zou een hele gemiddelde winter kunnen gaan worden wat temperatuur betreft. Ook de neerslagkaarten voor deze winter laten een gemiddelde beeld zien en hinten niet op een drogere of nattere winter.

De invloed van zeewatertemperaturen op het winterweer

Zeeën en oceanen hebben een grote invloed op het weer in Europa. Een belangrijke factor daarin is de temperatuur van het zeewater. Allereerst zorgen de zeeën en oceanen bij Europa voor een gematigd klimaat. De winters zijn nooit extreem koud en ook nauwelijks extreem warm in onze omgeving, al komen extreem zachte winters wel steeds vaker voor.

We leven in een typisch zeeklimaat. Desalniettemin kan de matigende invloed van oceanen wel verschillen per jaar en leiden tot ander (winter)weer. In de Alpen is de invloed van de zee ook duidelijk merkbaar al is deze alweer minder dan in Nederland. Ook binnen de Alpen zijn grote verschillen waar te nemen. De westelijke Alpen hebben bijvoorbeeld meer invloed van de zee dan de oostelijke Alpen. In het westen zijn de zomers gemiddeld iets koeler en de winters iets zachter tov de oostelijke Alpen.

Hebben we in Europa te maken met hogere zeewatertemperaturen, dan is er meer energie en vocht beschikbaar in de atmosfeer. Als er dan koudere lucht over de relatief warmere zee stroomt in de winter, ontstaan er grotere temperatuurverschillen tussen het water en de atmosfeer. Er kan dan meer water verdampen en later dus ook meer uitregenen. Voorwaarde is dan wel dat deze beschikbare energie en vocht wordt aangesproken door overtrekkende storingen of koude bovenluchten vanuit noordelijke gebieden.

Laten we daarom eens kijken naar de huidige zeewatertemperaturen en dan met name de afwijking ten opzichte van het gemiddelde voor deze tijd van het jaar (zie Figuur 2). Wat allereerst opvalt als we kijken naar de afwijking van de zeewatertemperatuur, zijn de warmere temperaturen in vrijwel de gehele noordelijke Atlantische Oceaan. Dit kan zorgen voor extra vochtopname en meer neerslag in Europa bij westenwinden.

Ook zal het bij een noordelijke wind in de herfst en eerste helft van de winter, met aanvoer over de relatief warme Noordzee, zachter zijn dan normaal waardoor de kans op sneeuwval lager is. Er zal gedurende een langere periode wind uit het noorden nodig zijn om deze ‘warme’ afwijking van de Noordzee uiteindelijk weg te werken.

Kijken we naar het noordoosten dan zien we dat de Oostzee ietsje warmer is dan normaal, maar veel minder dan vorig jaar. In de Barentszzee net ten noorden van Rusland zien we ook iets warmer zeewater, maar ook hier is de afwijking minder groot dan vorig jaar. Verder naar het noorden zien we zelfs stukken waar het zeewater kouder is dan gemiddeld.

Dit kan de aangroei van zeeijs wellicht iets ten goede zou kunnen komen. Dit kan op zijn beurt weer zorgen dat de temperaturen hier lager zouden kunnen gaan uitvallen in dit gebied dan vorig jaar. Mocht de wind dan vanuit deze regio gaan waaien later deze winter, dan kan dat zorgen voor de aanvoer van meer kou.

Kijken we naar het zuiden dan zien we dat ook de Middellandse Zee warmer is dan normaal. Dit kan bij een zuidelijke stroming een extra boost geven aan de neerslag met hogerop veel sneeuwval in de zuidelijke Alpen deze winter.

Afbeelding met kaart Automatisch gegenereerde beschrijving
Figuur 2. Zeewatertemperatuur afwijking op 30 oktober. bron: Climatereanalyzer.org

Verleggen we onze aandacht naar de temperaturen in de westelijke Atlantische Oceaan, dan zien we een afwijking die warmer is dan normaal. Met kou-uitbraken vanuit Arctisch Canada over dit relatief warmere water, is er een grotere kans op het ontstaan van depressies boven de oceaan die dan richting Europa kunnen komen.

La Niña

Opvallend op de kaart van Figuur 2 is de afwijking in zeewatertemperatuur ten westen van Zuid-Amerika. Deze is over een zeer groot gebied kouder dan in een gemiddeld jaar. Dit is een natuurverschijnsel wat eens in de zoveel jaar terugkeert. We noemen dit een “La Niña”. Bij een La Niña wordt het warmere water getransporteerd naar het westen richting Indonesië en Australië. Daardoor komt er vanuit de diepte veel kouder water naar het oppervlakte bij Zuid-Amerika.

Dit weerfenomeen heeft veel invloed op het weer wereldwijd. Bij Australië en Indonesië valt door het warmere water meer neerslag dan normaal. Tegelijkertijd is de winter in het noorden van Noord Amerika en noordoost Azië door la Nina vaak kouder dan normaal. Ook zien we in het zuiden van de VS vaak drogere condities optreden. De invloed van La Niña in Europa is volgens het KNMI beperkt, maar zou kunnen leiden tot een iets droger voorjaar dan normaal (een kans van 33% tegen 20% normaal).

Afgelopen jaar hadden we ook te maken met een La Niña. De huidige La Niña is minder sterk aanwezig dan vorig jaar, maar is toch duidelijk waarneembaar.