Rond de kwikbol van een thermometer kan men een natgemaakte mouselline of katoenen kousje (of iets dergelijks) binden. Met een andere thermometer meten we de gewone temperatuur (de droge bol). Laat men nu de wind langs beide thermometers lopen dan zal in niet al te vochtige lucht de thermometer met de natte bol sneller dalen dan onze droge thermometer. Dat komt doordat voor de verdamping van het water in het kousje warmte nodig is. De langsstromende wind bevordert de afvoer van warmte en onttrekt dit aan de lucht net rond de natte bol. De temperatuur zal daar dus lager worden dan in de omgeving. Vergelijk dit bijvoorbeeld met de temperatuur die u gewaard wanneer u nat onder de douche vandaan komt en dan door huis gaat lopen. Het water op uw huid wil verdampen en onttrekt warmte aan de lucht vlak rond uw lichaam. U weet het…u krijgt het dan koud. De natteboltemperatuur geeft in feite aan tot hoever de temperatuur kan dalen voordat (vrijwel) al het water verdampen kan. Na het vrijwel geheel verdampen zal de temperatuur weer gaan stijgen. Het maximaal gemeten verschil tussen de temperatuur van de droge en van de natte bol is het psychrometrisch verschil en is een maat voor de vochtigheid van de lucht. Hoe droger de lucht hoe groter dat verschil zal zijn en hoe lager de natte bol t.o.v. de droge bol zal dalen. Bedraagt de vochtigheid meer dan 97 % dan zijn Tdroog en Tnat aan elkaar gelijk. De lucht kan dan namelijk geen waterdamp meer bevatten en is zodoende verzadigd; het water in het kousje zal daarom niet of nauwelijks verdampen.