Een onweersbui is er niet zomaar, daarvoor is onstabiele lucht nodig. Die ontstaat wanneer door instraling van de zon het onderin de atmosfeer warm genoeg wordt of doordat op grotere hoogte koudere lucht wordt aangevoerd. De warme lucht stijgt dan vanuit de onderste luchtlaag op. Vaak ontstaat door deze opstijgende warme lucht een individuele bui. In onze omgeving spelen samenkomende luchtstromingen, veranderde windvelden of veranderingen aan het aardoppervlak een belangrijke rol. Deze effecten zorgen vaak voor extra stijging van de warme lucht. Zo een warmtebui bestaat uit één onweerscel en leeft hooguit 30 tot 60 minuten. Doordat de vallende neerslag de lucht afkoelt ontstaan dalende luchtstromingen die de warme opstijgende luchtstromen van de bui afsnijden. Deze dooft vervolgens uit. De regen uit een bui is kort en hevig en soms zijn kleine hagelsteentjes mogelijk. Na een tijdje klaart het op en blijft de warmte voortduren.

[/fusion_builder_container]