Wat zijn fronten? – Warmtefront

Een front is, zoals we eerder al uitlegden, een plek waar twee luchtmassa’s elkaar tegenkomen. Verdrijft de warme lucht relatief koude lucht, dan spreken we van een warmtefront. Verdrijft de koude lucht de warmere lucht, dan spreken we van een koufront.

Eerder hadden we het al over een koufront. Het voornaamste verschil tussen kou- en warmtefronten is dat warmtefronten vaak minder intense, maar wel langdurige neerslag veroorzaken.

Warmtefronten
De verschillende eigenschappen tussen warmte en koufronten hebben alles te maken met de verschillen tussen warme en koude lucht. Bij een warmtefront verdrijft de warme lucht de koude lucht, maar omdat de koude lucht veel zwaarder is dan de warme lucht, gaat dit behoorlijk moeilijk. Je zou dus kunnen zeggen dat de koude lucht “sterker” is dan warme lucht. Als gevolg hiervan glijdt de warme lucht over de koude lucht heen. Dit gaat dus veel minder agressief dan bij een koufront, waar de koude lucht de warme lucht aan de kant beukt. De lucht stijgt op een warmtefront dus minder hard.

Dit alles heeft duidelijke gevolgen. Waar op een koufront vaak intense, kortdurende neerslag valt, daar valt op een warmtefront vaak minder intense neerslag, die langer duurt. De warme lucht “glijdt” over de koude lucht en daardoor trekt de warme lucht het eerst binnen bovenin de troposfeer. Omdat de warme lucht hoger in de atmosfeer -waar het koud is- afkoelt, condenseert deze en ontstaan wolken.

Warmtefront
Een schematische dwarsdoorsnede van een warmtefront. De warme lucht glijdt over de koude lucht heen. Als eerst trekt hoge bewolking binnen, dan middelbare bewolking en tenslotte lage bewolking met vaak neerslag. Bron afbeelding: wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Warmtefront
Een halo om de zon duidt op een vochtige lucht hoog in de atmosfeer. Dit luidt vaak een weersverslechtering over enkele uren of een dag in, op nadering van een warmtefront. Foto: Jannes Wiersema

De warmtefrontpassage
De warmtefrontpassage verloopt een stuk subtieler en geleidelijker dan de koufront passage. De verandering van weerbeeld op nadering van zo’n front is vaak al ruim (uren tot soms wel een dag) voor de frontpassage zichtbaar. Omdat de warme lucht eerst bovenin de troposfeer binnenkomt, zien we daar als eerste de gevolgen. Hoge bewolking (cirrus) en verschijnselen als een kring om de zon (halo) als gevolg van vochtigere lucht komen voor. De zon schijnt aanvankelijk nog wel door de bewolking heen, maar geleidelijk wordt de bewolking dikker. Middelbare bewolking (altocumulus en altostratus) komen binnen en de zon verdwijnt volledig. Uiteindelijk komt ook lage bewolking binnen en begint het (licht) te regenen (of sneeuw)! Met een beetje pech regent het urenlang door. De regen valt voor het warmtefront (de plek waar de warme lucht de koude lucht aan de grond verdrijft) uit. (zie ook de afbeelding hierboven).

Warmtefront
Een warmtefront wordt op de weerkaart aangeduid als een rode lijn met bolletjes erop. Dit is de weerkaart van 5 januari. Bron: KNMI
Warmtefront
En een satellietbeeld van hetzelfde moment. Met rood is de ligging van het warmtefront ongeveer aangegeven. Het is echter schematisch en niet precies, omdat het (zoals op de weerkaart hierboven te zien is) wat complexer ligt. Bron satellietbeeld: Nasa Worldview.

Achter het warmtefront – de warme sector
Achter het warmtefront is de lucht warmer dan voor het koufront. De lucht achter een warmtefront – en meestal tussen een warmtefront en koufront in – noemen we de warme sector. Na de koufrontpassage ruimt de wind (in Nederland zien we vaak dat de wind van bijvoorbeeld zuidoost naar zuidwest draait) en soms wordt de wind wat vlagerig. Bovendien is het vaak bewolkt in de warme sector (stratocumulus) en soms valt wat motregen of lichte regen. Het is afhankelijk van andere -soms lokale- omstandigheden (zoals bijvoorbeeld: hoe “breed” de warme sector is, de tijd van het jaar en hoe dichtbij je bij de kern van het lagedrukgebied zit) in hoeverre het druilerig blijft of opklaart in de warme sector. In de zomer voelt het in de warme sector vaak klam aan (warm en vochtig), en is dit dan ook niet zelden een plek waar stevige (onweers)buien ontstaan.

Warmtefront en sneeuwval
Huh, warmtefront en sneeuwval? Bij een warmtefront komt toch juist warme lucht binnen? Dat laatste klopt, maar de warme lucht komt eerst op hoogte binnen. Dit betekent dat in de winter, wanneer de voorgeschiedenis koud is, of er genoeg koude lucht in de buurt aanwezig is, de onderste luchtlaag koud genoeg kan zijn voor sneeuw. Op hoogte wordt de lucht dan wel warmer, maar dit is relatief. Zo zal in de winter op enkele kilometers hoogte de lucht hoe dan ook duidelijk onder nul zijn, ook als er op die hoogte warme lucht binnenstroomt. Vaak zien we wel dat deze sneeuwval geleidelijk overgaat in sneeuw, naarmate de warme lucht dichterbij komt.

In de Alpen kunnen juíst warmtefronten voor veel sneeuwval zorgen, met name in het inner-alpine gedeelte. De koude lucht blijft dan gevangen in het dal en kan niet opgeruimd worden. Dit terwijl de warme lucht binnenkomt op hoogte en voor neerslag zorgt. Zo kan het urenlang gestaag doorsneeuwen op deze plekken, terwijl het in de “onbeschermde” dalen, waar de kou wél opgeruimd kan worden, al snel regent. Zie hier een voorbeeld van warmtefront sneeuwval bij Johann.

Warmtefront sneeuwval in Oberwallis.

IJzel
In heel bijzondere gevallen kunnen warmtefrontpassages zorgen voor ijzel. Dit gebeurt wanneer op een paar honderd meter hoogte tot 2 kilometer hoogte de temperatuur boven het vriespunt uitkomt, terwijl de lucht onderin de atmosfeer (nog) koud is. De neerslag (sneeuw) smelt dan in de laag waar de temperatuur boven nul is (ook wel smeltlaag genoemd), maar bevriest wanneer deze de grond raakt. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren.

Lees hier meer over koufronten of hier over occlusiefronten.

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

1 Reactie
Inline Feedbacks
Bekijk alle reacties