Wat zijn fronten? – Oclussiefront

Een front is, zoals we eerder al uitlegden, een plek waar twee luchtmassa’s elkaar tegenkomen. Verdrijft de warme lucht relatief koude lucht, dan spreken we van een warmtefront. Verdrijft de koude lucht de warmere lucht, dan spreken we van een koufront. We hebben ook een soort gecombineerd front, welke een beetje uit beide bestaat, een occlusiefront.

Oclussiefronten

Omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht, kan een koufront sneller voortbewegen dan een warmtefront. De koude lucht ruimt de warme lucht als het ware makkelijker op dan andersom. Omdat koufronten zich sneller bewegen zich sneller dan warmtefronten, haalt het koufront het warmtefront op den duur in. Wat er dus gebeurt is dat de warme lucht “opgetild” wordt door zowel de koude lucht die zich aanvankelijk voor het warmtefront bevond, als de koude lucht die zich achter het koufront bevond (zie de afbeelding hieronder). Het proces waarbij een kou- en warmtefront overgaan in een occlusiefront noemen we het occluderen van het front. Naarmate de warme lucht verder wordt opgetild, wordt de neerslag als het ware uitgeknepen als een spons en neemt de activiteit langzaam maar zeker af.

De dwarsdoorsnede van een occlusiefront. Het koufront haalt het warmtefront in en de warme lucht wordt opgetild. Bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Occlusiefront

Het punt waarop een warmte- en koufront samenkomen en overgaan in een occlusiefront, noemen we het occlusiepunt. Het occlusiepunt verwijdert zich gedurende het ouder worden van het systeem steeds verder van de kern van het lagedrukgebied af. Op het occlusiepunt valt de meeste regen; wanneer zo’n punt passeert valt er over een groot oppervlak vaak tientallen millimeters neerslag. Op de kaarten hieronder is het proces van het volwassen worden van een depressie te zien. De depressie ontstaat, er vindt ‘frontogenese’ plaats – het vormen van een front – en de fronten occluderen en langzaam maar zeker verdwijnt de intensiteit.

Op deze afbeelding (de weerkaart van 23 februari, 18UTC) zien we een “jong” lagedrukgebied boven de Atlantische Oceaan (in de zwarte cirkel). Het koufront beweegt zich naar het westen maar het front is nog niet geoccludeerd. Spoedig zal er zich een occlusiepunt vormen in het midden van het lagedrukgebied. Bron: KNMI
Op deze afbeelding (de weerkaart van 25 februari, 12UTC) zien we een hetzelfde lagedrukgebied, maar nu in “volwassen” stadium. In de linker cirkel zien we de kern van het drukgebied, in de rechtercirkel zien we het occlusiepunt. Bron: KNMI

De passage van het occlusiefront
Hoe een passage van een occlusiefront precies verloopt hangt af van in hoe oud het occlusiefront is (over het algemeen geldt hoe ouder, hoe minder actief) en of het een warme occlusie of koude occlusie is. Bij een koude occlusie is de koude lucht achter het oude koufront (dus achter de occlusie) kouder dan de lucht voor het oude warmtefront (dus kouder dan de lucht voor de occlusie). Bij een warme occlussie is de koele lucht achter het oude koufront (oftewel achter de occlusie) warmer dan de koude lucht ervóór. Na de passage van een koude occlusie is het dus kouder dan ervoor, bij de passage van een warme occlusie is het dus warmer dan ervoor.

Verder is de passage van een occlusiefront aanvankelijk vaak vergelijkbaar met dat van een warmtefront. Enkele uren tot een dag voor de passage neemt de hoge bewolking toe, dan de middelbare bewolking en vervolgens de lage bewolking en begint de lichte neerslag. De neerslag wordt steeds intenser en zodra het oude koufront -de occlusie- overkomt, is de neerslag het intenst. De neerslag is, zeker als het occlusiefront nog jong is, langduriger dan bij een koufront en intenser dan bij een warmtefront. Het heeft dus echt een beetje de karakteristieken van beide fronten.

De ‘ritssluiting’ van 16 december 2010
December 2010 was een maand vol met sneeuwsituaties. De dagen die mij het meest zijn bijgebleven van deze maand zijn 16 december en 17 december. Hier focus ik op 16 december. Dit is een interessante dag voor dit artikel omdat er een front occludeerde, recht boven ons hoofd. Het was duidelijk een koude occlusie, want er werd een zeer koude (boven)lucht aangevoerd. Als een front occludeert kan je dit zien als een soort ‘ritssluiting’, twee fronten gaan over in één.

In de praktijk betekende het dat we vanaf de ochtend urenlang te maken hadden met regenval met een temperatuur vrij ruim boven het vriespunt. Tot in de middag regende het door. Toen ineens intensiveerde de neerslag, ging de temperatuur flink omlaag en ging de regen direct over in dikke sneeuwvlokken, die bij een temperatuur onder 0 ook al snel bleven liggen. De dagen daarna bleven we in de koude lucht. Op 17 december viel er – voornamelijk in de randstad – ook nog een dik pak sneeuw, maar dit stond los van het occlusiefront.

De weerkaart van 16 december 2010. Bron: KNMI.

Occlussiefronten laten vaker regen overgaan in sneeuw. Ook in de Alpen zien we regelmatig een soortgelijk proces. Er trekt dan eerst een warmtefront over. Er valt dan neerslag terwijl de sneeuwgrens stijgt. Vervolgens intensiveert de neerslag en daalt de sneeuwvalgrens, omdat het koufront nadert. De fronten occluderen dan over de alpen, omdat de hoge bergen het overtrekken van de fronten wat vertragen en het koufront daardoor makkelijker ‘inloopt’ op het warmtefront.

In tegenstelling tot de koude occlusies, kunnen de warme occlusies juist een dooiaanval veroorzaken. De lucht achter het front is dan relatief zacht en een warmere periode wordt ingeluid.

Lees hier meer over warmtefronten of hier over koufronten.

 

 

 

 

 

 

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle reacties