Lees hier alles over wintersport in Innsbruck en omgeving


 

Voorspelbaarheid van het weer van Lavoisier tot Lorenz
Het tijdperk van de numerieke verwachtingen
26 oktober 2010
Wouter Lablans en Gerard van der Schrier

Na de Tweede Wereldoorlog verscheen de elektronische rekenmachine op het toneel en kwamen er spoedig berekende verwachtingen beschikbaar. Het duurde daarna geruime tijd voordat de vraag naar de lengte van de verwachtingstermijn onderwerp van systematisch onderzoek door Edward Lorenz werd. Verrassend ver voordat verwachtingen door berekening mogelijk werden, bleken er reeds voorboden van het werk van Lorenz in de literatuur voor te komen.

Figuur 1. Jules Henri Poincaré (1854-1912): één van de eerste personen die een chaotisch deterministisch systeem ontdekte en één van de grondleggers van de chaostheorie.

Bode: weersverwachtingen onmogelijk en nutteloos bovendien
De Duitse astronoom Johan Elert Bode (1747-1826) had behalve zijn visie op ‘waarschijnlijke gissingen’ met empirische methoden, die we in Meteorologica van december 2007 bespraken, ook een visie op de voorspelbaarheid van het weer op wetenschappelijke grondslag. In zijn publicatie uit het jaar 1819, die handelde over het onmogelijke en nutteloze van weersverwachtingen, zegt hij dat de weersontwikkeling wel verre van aan bloot toeval overgelaten te zijn zich regelt naar de onveranderlijke wetten der natuur. Dit is de grondslag voor weersverwachtingen door berekening. Bode beschouwde de atmosferische fysica als een duister en samengesteld gedeelte van de natuurkunde. We zouden nu zeggen dat hij hiermee wellicht het deterministisch chaotische karakter van de atmosfeer op het spoor was. De gedachtegang van Bode is dan een wel zeer vroege voorbode van het werk van Lorenz.

Hij vond de atmosferische fysica kennelijk te duister om op grond van de natuurkundewetten tot weersverwachtingen te kunnen komen. Gezien de kennis van de meteorologie in zijn tijd kunnen we daarvoor wel begrip hebben.

Opmerkelijk is dat hij weersverwachtingen behalve onmogelijk ook nutteloos achtte. Met ‘nutteloos’ bedoelde hij, gezien zijn tekst, eigenlijk ‘ongewenst’. Dit oordeel sloeg niet op de empirische verwachtingen voor de korte termijn van ervarene landlieden, maar op wetenschappelijke verwachtingen voor de langere termijn. Zulke verwachtingen zouden leiden tot het opkopen van landbouwproducten, met het doel te profiteren van een op grond van een lange termijn weersverwachting te verwachten schaarste. Deze visie sloot aan bij zijn levensbeschouwing. Want, zo zegt hij, zulk een kennis

[/fusion_builder_container]

(Visited 114 times, 1 visits today)

Geef een antwoord