Sudden Stratospheric Warming (SSW)

Algemeen;

Plotselinge  temperatuurstijgingen in de stratosfeer (sudden stratospheric warming of SSW) zien we regelmatig en kunnen per winterseizoen meerdere keren optreden. Daarbij maakt met onderscheid tussen een sterke opwarming van de stratosfeer (major stratospheric warming) van meer dan 50 graden per week en zwakkere opwarming (minor  stratospheric warming) van tenminste 25 graden.

De oorzaak voor de SSW heeft te maken met de wisselwerking (uitwerkingsprocessen) tussen de Atlantische Oceaan, de troposfeer en daarboven dus ook de stratosfeer. Daarbij zien we dat wanneer de warmte instroom in de hoogte (Rossbygoff) van de Atlantische Oceaan versterkt is. Meestal zien we dan ook een major warming in het tweede deel van de winter plaatsvindt wanneer steeds warme luchtmassa’s vanuit zuidelijke breedtegraden (tropen) die extra warme instroom bevorderen. Een major stratosferic warming heeft invloed op de stabiliteit van de SPV,  een minor stratospheric warmings hebben dit niet. Tenslotte spreken we dan nog over een zgn. final warming (FM). Dit is de opwarming die aan het einde van de noord-hemisferische winter plaatsvindt (april-mei) en er voor zorgt dat de PV in elkaar zakt en dan tot de volgende winter, wanneer de stralingsbalans op de Pool weer negatief wordt, en het zaakje opnieuw kan gaan afkoelen.