Storingen

Frontale zones
Fronten vormen de scheiding tussen warme en koude lucht. De koude lucht is afkomstig van noordelijke breedten, de warme van subtropische breedten. Doordat warme lucht veel meer volume heeft dan koude lucht (lichter is) heeft bij een front de koude lucht de neiging om onder de warme lucht te schuiven, omgekeerd schuift warme lucht over koude lucht. Wanneer dit plaatselijk gebeurt wordt de warme lucht opgetild en ontstaat op grote hoogte, rond 10 km, een berg van lucht.

Deze lucht stroomt vervolgens weg en hierdoor neemt het gewicht van de luchtkolom af. De luchtdruk aan de grond daalt en een kleine depressie ontstaat. Dit noemen we een randstoring. De benaming geeft aan dat de storing aan de rand van een grotere depressie voorkomt.

Randstoring

Wanneer de voorwaarden in de atmosfeer gunstig zijn kan de randstoring zich sterk ontwikkelen. Belangrijk is dat boven in de atmosfeer, tussen 5 en 10 km hoogte, een groot temperatuurverschil heerst tussen de koude en warme lucht.

Dit gaat gepaard met een zeer sterke luchtstroming die min of meer evenwijdig loopt aan het front. Deze stroming op 5-10 km hoogte noemen we de straalstroom. De randstoring trekt, gezien vanuit de verplaatsingsrichting, rechts van de moederdepressie langs. Soms verdwijnt de randstoring weer, maar meestal wordt deze uiteindelijk opgenomen in de moederdepressie.

Krachtige stormdepressies die weken blijven liggen bij IJsland of Schotland sturen op deze manier de een na de andere randstoring over onze regio heen. Randstoringen zijn uitermate serieus te nemen. Vaak zijn ze krachtiger met wind en regen dan de sturende moederdepressie.
Bovendien komen meerdere tegelijk achterelkaar, waardoor het veelvuldig kan stormen en regenen.

Een dergelijke opeenvolging van depressies noemen we wel een depressiefamilie. Omdat randstoringen beginnen als kleinschalige verschijnselen is het moeilijk om te voorspellen waar en wanneer ze precies zullen ontstaan.

Kanaalrat
Wanneer een randstoring via Het Kanaal onze regio bereikt kon deze vroeger voor meteorologen nogal onverwacht komen. Boven zee zijn namelijk veel minder meetposten dan boven land. Dit soort randstoringen hebben in Nederland de bijnaam kanaalrat gekregen. Tegenwoordig zijn er technieken om met behulp van satellietfoto’s dit soort depressies toch op tijd te detecteren.

Trog
Elke luchtmassa heeft zijn eigenschappen. Afhankelijk hiervan ontstaan gemakkelijk of minder gemakkelijk buien. In de luchtmassa achter een koufront ontstaan gemakkelijk buien en soms hele buienclusters of storingen.
Het ontstaan van deze buien is afhankelijk van diverse factoren. Hoe groter het temperatuurverschil tussen de grond en grote hoogte, hoe makkelijker buien kunnen groeien.

Een storing in de hogere luchtlagen (Dit noemen we vaak een hoogtetrog) zorgt voor extra opstijgende luchtbewegingen. Hierdoor wordt de buiigheid nog verder versterkt. Een dergelijke storing in de koude lucht manifesteert zich vaak als een buienlijn of buiencluster. Dit noemen we een trog.

Een trog gaat soms gepaard met veel wind. Bij de trog treden vaak extra luchtdrukdalingen op. Daardoor neemt het luchtdrukverschil verder toe en gaat het harder waaien Op de weerkaart hierboven een de trog zichtbaar boven Ierland.

Het stationaire front
Stationair front.In sommige situaties waarbij koude en warme luchtsoorten elkaar ontmoeten stromen deze luchtsoorten vrijwel evenwijdig langs het front. In zo’n geval verandert een front nauwelijks van zijn plaats.

Dit noemen we een stationair front. In de buurt van een stationair front kan vaak langdurig neerslag vallen. Onder gunstige voorwaarden kunnen op een stationair front randstoringen gevormd worden.