Soundings -Indices

Sounding parameters en Indices

Uitleg T-skew sounding

SLAT Station locatie in breedtegraden

SLON

Station locatie in lengtegraden ; lengtegraden op westelijk halfrond worden negatief weergegeven.
SELV Station hoogte in meters
SHOW Showalter index (beschreven door Showalter 1953)
of = T500 – Tpakketje eenheid °C
SI T500 = omgevingstemperatuur in °C at 500 hPa
Tpakketje = Temperatuur in °C at 500 hPa van het pakketje stijgend vanaf 850 hPa
Richtwaarden
>4 Onweer niet waarschijnlijk
+3 tot +1 Onweer mogelijk , wel is een sterke trigger benodigd
+1 tot -2 Kans op onweer neemt toe
-2 tot -3 fors onstabiele atmosfeer, kans op zwaar onweer is aanwezig
Zeer onstabiele atmosfeer
LIFT Lifted index  (beschreven door Galway 1956)
of
LI
De lift-index is het temperatuursverschil tussen het pakketje en de omgevingstemperatuur op een niveau van 500 hPa. In het algemeen geldt dat hoe groter het verschil, hoe groter de stijgkracht van het pakketje.
LIFT = T500 – Tpakketje  eenheid °C
T500 = omgevingstemperatuur in °C op 500 hPa
Tpakketje = 500 hPa temperatuur in °C van een stijgend pakketje met een gemiddelde druk, temperatuur, en dauwpunt in de laag van 500 meter boven grondoppervlak
Richtwaarden
>0 Onweer niet waarschijnlijk
+0 tot -2 Onweer mogelijk, wel is een sterke trigger (een trigger kan zijn; front, convergentielijn, jet-streak of eventueel heuvels of bergen) benodigd
-3 tot -5 Kans op onweer zeer aannemelijk
-5 tot -7 Zwaar onweer aannemelijk (in Amerika tornado’s mogelijk)
-7 tot -9 Zeer zwaar onweer
LFTV LIFT berekend aan de hand van een virtuele temperatuur eenheid °C
SWET SWEAT index (Severe Weather Threat Index, beschreven door Bidner 1971)
of
SWEAT
SWET = 12 * TD850 + 20 * TERM2 + 2 * SKT850 + SKT500 + SHEAR
of  =12 * TD850 + 20 * (Total Totals – 49) + 2 * 1,94 ff850 + 1,94 ff500 + S
TD850 = Dauwpunt in °C op 850 hPa Toevoeging bij tweede formule
TERM2 = MAX ( TOTL – 49, 0 ) S = sin(dd500 – dd850)
onder de voorwaarden:
* alle termen positief (bij * de laatste term = 0 tenzij:
* 130° 250°
* 210°
dd500 310°
* dd500 – dd 850 > 0°
* ff850 en ff500 > 15 knopen
TOTL = Total totals index
SKT850 = 850 hPa wind snelheid in knopen
SKT500 = 500 hPa windsnelheid in knopen
SHEAR = 125 * [fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”][ SIN ( DIR500 – DIR850 ) + .2 ]
DIR500 = 500 hPa windrichting
DIR850 = 850 hPa windrichting
Richtwaarden
Onweer niet waarschijnlijk
273 tot 299 Onweer mogelijk , risico hierop licht
300 tot 400 Zware onweersbuien “ beginnen voor te komen”
401 tot 600 Zwaar onweer aannemelijk (in Amerika tornado’s mogelijk) , risico hierop hoog
601 tot 800 Zeer zwaar onweer
>801 Schade door harde wind, is echter niet optimaal voor zwaar onweer
KINX K index (beschreven door George 1960)
KINX = ( T850 – T500 ) + TD850 – ( T700 – TD700 ) eenheid °C
T850 = Temperatuur in °C at 850 hPa
T500 = Temperatuur in °C at 500 hPa
TD850 = Dauwpunt in °C at 850 hPa
T700 = Temperatuur in °C at 700 hPa
TD700 = Dauwpunt in °C at 700 hPa
Richtwaarden
0 tot 15 Geen onweer
18 tot 19 Onweer onwaarschijnlijk
20 tot 25 Geïsoleerd onweer mogelijk
26 tot 30 Grote kans op buien met onweer
30 tot 35 Veel onweersactiviteit , mogelijkheid tot vorming van Mesoscale Convective Complexes
36 tot 39 Zwaar onweer mogelijk , mogelijkheid tot vorming van Mesoscale Convective Complexes
>40 Zwaar onweer is zeker
CTOT Cross Totals index
of CTOT = TD850 – T500 eenheid °C
CT TD850 = Dauwpunt in °C op 850 hPa
T500 = Temperatuur in °C op 500 hPa
Richtwaarden ( algemeen geldt dat een CT van minimaal 18 benodigd is om convectie te kunnen hebben)
Geen onweer
18 tot en met 19 Geïsoleerd onweer mogelijk
20 tot en met 21 Verspreid onweer
22 tot en met 23 Verspreide onweerscellen , mogelijk geïsoleerde cellen met zwaar onweer
24 tot en met 25 Wijd verspreid onweerscellen, sommige cellen met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
26 tot en met 29 Talloze onweerscellen, diverse met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
>30 Overal zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
VTOT Vertical Totals index
VTOT = T850 – T500 eenheid °C
T850 = Temperatuur in °C op 850 hPa
T500 = Temperatuur in °C op 500 hPa
Richtwaarden
Geen onweer
25 tot en met 26 Geïsoleerd onweer mogelijk
26 tot en met 30 Verspreid onweer
31 tot en met 32 Wijd verspreid onweerscellen, sommige cellen met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
23 tot en met 34 Talloze onweerscellen, diverse met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
>34 Overal zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
TOTL Total Totals Index ( beschreven door Miller 1967 )
TOTL = ( T850 – T500 ) + ( TD850 – T500 ) ofwel = T850 + Td850 – 2*T500 eenheid °C
T850 = Temperatuur in °C op 850 hPa
TD850 = Dauwpunt in °C op 850 hPa
T500 = Temperatuur in °C op 500 hPa
Richtwaarden
Geen onweer
43 tot en met 44 Geïsoleerd onweer mogelijk
45 tot en met 46 Verspreide onweerscellen , mogelijk geïsoleerde cellen met zwaar onweer
47 tot en met 48 Verspreide onweerscellen , sommige geïsoleerde cellen met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
49 tot en met 50 Wijd verspreid onweerscellen, sommige cellen met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
51 tot en met 52 Talloze onweerscellen, diverse met zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
53 tot en met 55 Overal zwaar onweer (in Amerika tornado’s mogelijk)
>56 Nu is het absoluut tijd om weg te wezen!!
CAPE Convective Available Potential Energy (J/kg) (beschreven door Moncrieff & Miller 1976 )
De Cape is een goede indicatie van instabiliteit, de convectie in de lucht is bij hogere waarden heftiger. Ligt de kromme van het stijgende pakketje rechts van de omgevings temperatuur dan is dit gebied de maat voor de CAPE. In west-europa is een waarde tussen de 1250 en 2000 J/kg al hoog. Anders gezegd: CAPE is dus een maat voor de maximale energie beschikbaar voor een representatief parcel dat verticaal opstijgt in een ongestoorde omgeving. CAPE is evenredig met het kwadraat van de maximale stijgsnelheid.
CAPE = GRAVTY * SUMP ( DELZ * ( TP – TE ) / TE ) eenheid J/kg ofwel m2/s2
SUMP = de som van de sounding lagen van het LFCT tot EQLV als ( TP – TE ) is groter dan nul
DELZ = incremental depth
TP = temperatuur van een pakket over de onderste 500 m van de atmosfeer, daarna droog adiabatisch stijgend tot op het LCL (laag condensatie niveau) en daarna vochtig adiabatisch stijgend
TE = omgevingstemperatuur
OPMERKING:
Omdat bij CAPE geïntegreerd wordt over de hoogtes waarop een pakketje positief verzadigd is, worden bovenstaande waarden alleen bereikt wanneer de LFC (Level of Free convection , niveau van vrije convectie) erg laag is (bijvoorbeeld in een grenslaag). Pakketjes die opstijgen vanaf het aardoppervlak geven soms aanleiding tot aanzienlijk hogere waarden dan als er bij de berekening uitgegaan wordt van condities die het gemiddelde zijn over de grenslaag.
Richtwaarden
Zeer zwakke convectie
300 tot 1000 Zwakke convectie
1000 to 2500 Gemiddelde convectie
2500 tot 3000 Sterke convectie
>3000 Zeer sterke convectie
CAPV CAPE berekend aan de hand van een virtuele temperatuur
CAPV = GRAVTY * SUMP ( DELZ * ( TVP – TVE ) / TVE )
SUMP = de som van de sounding lagen van het LFCT tot EQLV waar voor geldt dat ( TVP – TVE ) is  groter dan nul
DELZ = incremental depth
TVP = Virtuele temperatuur van een pakket over de onderste 500 m van de atmosfeer, daarna droog adiabatisch stijgend tot op het LCL (laag condensatie niveau) en daarna vochtig adiabatisch stijgend
TVE = Virtuele omgevingstemperatuur
CINS Convective Inhibition (Convectie remming)
De CIN werkt als een buffer voor onstabiliteit. Hoe hoger het getal voor de CIN hoe meer energie er moet worden geleverd om de atmosfeer daadwerkelijk onstabiel te krijgen. Ofwel, hoe hoger de CIN des te meer energie moet worden overwonnen om een CAPE te kunnen berekenen
of CINS = GRAVTY * SUMN ( DELZ * ( TP – TE ) / TE ) eenheid J/kg
CIN SUMN = de som van de sounding lagen van de top van de gemixte laag tot LFCT waarvoor geldt dat ( TP – TE ) is kleiner dan nul.
DELZ = incremental depth
TP = Temperatuur van een pakket van laagste 500 m van de atmosfeer, opgeheven droog adiabatisch aan LCL en daarna vochtig adiabatisch
TE = omgevingstemperatuur
CINV CINS berekend aan de hand van een virtuele temperatuur  
CINV = GRAVTY * SUMN ( DELZ * ( TVP – TVE ) / TVE )
SUMN = de som van de sounding lagen van de top van de gemixte laag tot LFCT waarvoor geldt dat
( TVP – TVE ) is kleiner dan nul.
DELZ = incremental depth
TVP = Virtuele temperatuur. van een pakket van laagste 500 m van de atmosfeer, opgeheven droog adiabatisch aan LCL en daarna vochtig adiabatisch
TVE = Virtuele omgevingstemperatuur
EQLV Equilibrium level (Evenwichtsniveau) (hPa)
EQLV = niveau waarop een pakket van laagste 500 m van de atmosfeer droog adiabatisch stijgt tot LCL en vochtig adiabatisch naar een niveau wordt opgeheven waar de temperatuur van het pakket het zelfde als het milieu is. Als meer dan één evenwichtsniveau bestaat, hoogste wordt gekozen.
EQTV EQLV berekend aan de hand van een virtuele temperatuur
LFCT Level of Free Convection (Niveau van vrije convectie (hPa) door vergelijking van de Temperatuur van het pakketje en de omgeving
LFCT = niveau waarop een pakket van laagste 500 m van de atmosfeer droog adiabatisch stijgt tot LCL en vochtig adiabatisch naar een niveau waarboven het pakket is volledig verzadigd. Als er meer dan een LFCT bestaat, het laagste niveau wordt gekozen. Als het pakketje volledig verzadigd is gedurende de gehele sounding, de LFCT is gelijk aan de LCLP.
LFCV LFCT berekend aan de hand van een virtuele temperatuur  
BRCH Bulk Richardson nummer ( beschreven door Weisman & Klemp 1982, 1984)
BRCH = CAPE / ( 0.5 * U**2 )  geen eenheid
CAPE = Convective Available Potential Energy
U = omvang van windshear ( u2 – u1, v2 – v1 )
u1,v1 = gemiddelde u,v beneden de 500 m
u2,v2 = gemiddelde u,v beneden de 6000 m
Richtwaarden
Onweer niet te verwachtten
10 tot en met 49 Redelijke kans op vorming van onweerscellen
>50 Zeer grote kans op vorming van onweercellen
BRCV BRCH berekend aan de hand van CAPV (Gebruikmakend van een virtuele temperatuur)
BRCV = CAPV / ( 0.5 * U**2 )
CAPV = CAPE berekend aan de hand van virtuele temperatuur.
U = omvang van windshear ( u2 – u1, v2 – v1 )
u1,v1 = gemiddelde u,v beneden de 500 m
u2,v2 = gemiddelde u,v beneden de 6000 m  
LCLT Temperatuur in op het LCL (lifted condensatie niveau) niveau, als gemiddelde van de onderste 500 meter.
LCLT = [1 / ( 1 / ( DWPK – 56 ) + LN ( TMPK / DWPK ) / 800 )] + 56 eenheid °K
LCLP Druk (hPa) op de LCL (lifted condensatie niveau) niveau, als gemiddelde van de onderste 500 meter.
LCLP = PRES * ( LCLT / ( TMPC + 273.15 ) ) ** ( 1 / KAPPA )
MLTH Hoofd mix laag THTA (K)
MLTH = gemiddelde THTA onder de 500 m
MLMR hoofd mix laag MIXR (g/kg)
MLMR = gemiddelde MIXR onder de 500 m
THTK Dikte van de luchtkolom van 1000 hPa tot 500 hPa
THTK = ( Z500 – Z1000 ) eenheid meter
Z500 = Hoogte van de 500 hPa laag
Z1000 = Hoogte van de 1000 hPa laag
PWAT Precipitable water (mm)
De vrije hoeveelheid water over de gehele sounding. Dit getal is overigens niet bruikbaar om voorspellingen te doen over de neerslag hoeveelheid
BI Boyden index (beschreven door Boyden 1963)
BI
(Z700- Z1000) – T700 – 200
Richtwaarden
drempel waarde voor onweer
94 kans op onweer
>94 50% kans op onweer
>= 94 a 95 onweer is bijna zeker
Virtuele temperatuur Een aanpassing aan de werkelijke lucht temperatuur om rekening te kunnen houden met de vermindering van de dichtheid als gevolg van de aanwezigheid van water

 [/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]