Onweer (begrippen dynamische kant)

Uitleg waardes dynamische kant van onweer

KO index
De lijntjes geven de KO-index. Is deze negatief wil dit zeggen dat de luchtmassa onstabiel is. Hoe negatiever hoe groter de kans op onweer. Bij waarden hoger dan +2 komt in principe geen onweer voor. Bij waarden onder -4 is al zwaar onweer met hagel mogelijk. De gekleurde vlakken zijn gebieden met stijgbewegingen welke gunstiger zijn om onweer te laten ontwikkelen. Check dit steeds met de berekende neerslag. Een negatieve KO-index alleen wil nog niet zeggen dat er daar zeker onweer tot ontwikkeling zal komen. Hieronder zie je een legende met de waardes en inhoud.

> 6: Geen onweer mogelijk
2-6: Onweer mogelijk bij sterke verticale bewegingen
Kans op onweer

Lifted-Index/CAPE
De CAPE wordt met kleuren aangegeven en de LI met lijnen. CAPE en LI zijn beiden zogenaamde ‘onstabiliteitsindices’, dat wil zeggen het zijn waarden om aan te geven hoe (potentieel) onstabiel de atmosfeer is. Als de atmosfeer onstabiel is zal convectie (opstijgen van ‘warme’ luchtbellen) ontstaan en dit kan leiden tot het ontstaan van stapelwolken die uit kunnen groeien tot buien. CAPE staat voor Convective Available Potential Energy, de potentieel beschikbare energie vanaf het LFC (Level of Free Convection) welke gebruikt kan worden voor convectie. Deze waarde wordt in J/kg uitgedrukt. Hoe hoger de CAPE, hoe meer potentieel onstabiel. De Lifted index is wat ingewikkelder om uit te leggen, maar het komt er ongeveer op neer wat de temperatuursverschil zou zijn als een luchtdeeltje van grondniveau naar het niveau van 500 hPA gebracht zou worden en vergeleken wordt met de daar aanwezige luchttemperatuur. Het is hierbij van belang dat de LIFTED INDEX negatieve waarden moet hebben. Het luchtdeeltje is dan warmer dan de ongeving en blijft omhoog stijgen en bestaat er dus een kans om een onweersbui te krijgen.

Maar, als zowel de CAPE als de Lifted index gunstig zijn geeft dat nog niet de garantie dat het ook daadwerkelijk gaat onweren. Deze waarden geven slechts een indicatie aan van gebieden die gevoelig zijn voor het ontstaan van onweer. Hieronder de waardes die gehanteerd worden bij Cape en lifted:

CAPE negatief tot 0 J/KG – Stabiele atmosfeer
CAPE tot 1000 J/KG – Licht onstabiel
CAPE tot 2500 J/KG – Onstabiel
CAPE tot 3500 J/KG – heel onstabiel
CAPE tot 5000 J/KG – extreem onstabiel

LI hoger dan 0 – Lucht is stabiel, onweer uitgesloten
LI tot -3 – Een bui met onweer is mogelijk
LI tot -6 – Zware onweersbuien mogelijk
LI tot -9 – een goede kans op zware onweersbuien
LI lager dan -9 – Lucht zeer onstabiel, grote kans op (zeer) zware onweersbuien.

Soaring index
Deze legende enkel gebruiken wanneer er convectieve bewolking wordt verwacht (grijze, witte en stippellijnen). Hieronder de legende wat betreft de Soaring-index.

15-20: Plaatselijke buien, 20% kans op onweer
20-25: Plaatselijke buien, 20-40% kans op onweer
25-30: Frequente buien, 40-60% kans op onweer
30-35: 60-80% kans op onweer
>>35: Meer dan 80% kans op onweer

700hPa vertikale beweging
Op deze kaart staan in dikke witte lijnen de druk op zeeniveau (isobaren) en in kleuren de (geopotentiële) hoogte waarop de druk 700 hPa bedraagt(z700). Het 700 hPa-vlak is voor te stellen als een golvend laken, met bulten en kuilen, overal op het ‘laken’ is de luchtdruk 700 hPa. Bij de bulten ligt de plek waar de luchtdruk 500 hPa is wat hogerop in de atmosfeer en bij de kuilen wat lager. Dit geldt trouwens voor alle drukvlakken, dus ook voor het 850 hPa vlak of het 300 hPa vlak.

500hPa Geopot
Op deze kaart staan in dikke witte lijnen de druk op zeeniveau (isobaren) en in kleuren de (geopotentiële) hoogte waarop de druk 500 hPa bedraagt(z500). Het 500 hPa-vlak is voor te stellen als een golvend laken, met bulten en kuilen, overal op het ‘laken’ is de luchtdruk 500 hPa. Bij de bulten ligt de plek waar de luchtdruk 500 hPa is wat hogerop in de atmosfeer en bij de kuilen wat lager. Dit geldt trouwens voor alle drukvlakken, dus ook voor bijv het 850 hPa vlak, het 700 hPa vlak of het 300 hPa vlak. Ook kun je op deze 500hPa kaart de stroming op circa 5 km hoogte aflezen. Het verschil in temperatuur op waarnemingshoogte (1,5 meter boven het aardoppervlak) en de temperatuur op ongeveer 5 kilometer in de hoogte van de atmosfeer is een goede graadmeter voor het wel of niet optreden van hagel tijdens buien. Over het algemeen mag gesteld worden dat bij een verschil van minstens 40 graden er hagel op kan treden.

Lls en Dls
Deze kaarten kunnen gebruikt worden om de kans op supercells en bow echoes in te schatten. Low-Level Shear (0-1km): zwarte en stippenlijnen. Deep-layer shear (0-6km): kleurzones. Risicogebieden worden soms gemarkeerd met gekleurde lijnen. Hieronder zie je de legende met de waardes en wat je kan verwachten.

Low-level shear
Bow echo’s mogelijk
23-37: Bow echo’s waarschijnlijk met kans op gevaarlijke windstoten
>>38: Bow echo’s waarschijnlijk met sterke winden boven het aardoppervlak

Deep-layer shear
Geen kans op supercells
35-40: Laag voor supercells, alleen gunstig als het goed samenvalt met andere supercellparameter
>>40: Supercells mogelijk

Storm relative helicity
Deze kaarten kunnen gebruikt worden samen met LLS en DLS om de kansen op supercells (onweersbuien met rotatie) en eventuele bijbehorende windhozen in te schatten. Storm relative helicity: kleurenzones. Risicogebieden worden soms gemarkeerd met gekleurde lijnen. Hieronder zie je de legende met de waardes en wat je kan verwachten.

150-300: Supercells mogelijk als de Cape groot is (kans op zwakke tornado’s EF0-EF1)
300-450: Supercells mogelijk als de Cape klein is (kans op sterke tornado’s EF2-EF3)
450 of hoger: Grote kans op supercells (kans op zware tornado’s EF4-EF5)