Nordstau – de theorie achter de sneeuwdump

1

Men wilde sneeuw en men kreeg sneeuw. Heel veel sneeuw zelfs en het is de vraag of men in de Oostenrijkse Alpen nog steeds zo blij is met al die sneeuw die “Frau Holle” daar de afgelopen dagen heeft uitgeschud. Oorzaak van de vele sneeuwval is een krachtige noordelijke stroming richting de Alpen, de Nordstau ook wel genoemd. Deze weersituatie zorgt voor intensieve sneeuwval en houdt al een aantal dagen aan. Maar hoe werkt de Nordstau nu precies?

De verschillen tussen de Noord- en Zuid-Alpen zijn groot de afgelopen dagen. Aan de noordkant van Alpenhoofdkam is sprake van aanhoudende en intensieve sneeuwval. De komende dagen krijgen de Alpen te maken met zachtere luchtmassa’s en stijgt de sneeuwvalgrens, maar blijft het in de hogere delen flink door sneeuwen.

Maandag 7 januari: Grote verschillen tussen noord en zuid. Sterke bewolking aan de noordkant van de Alpen. Aan de zuidkant droog en zonnig. (bron: NASA Worldview)

Minder fraai ziet het er sneeuwtechnisch voor de zuidkant uit. In de luwte van de Alpenhoofdkam wordt hier de meeste of zo niet alle neerslag afgevangen. De lucht moet over de Alpenhoofdkam heen waardoor de lucht kan afdrogen en voor zonnige condities zorgt. Over het algemeen geldt hoe verder naar het zuiden en zuidwesten hoe minder tot geen sneeuw.

Stau en Föhn
Deze verschillen tussen noord en zuid hebben alles te maken met Stau (stuwing) en Föhn. Aan de noordkant is sprake van Nordstau. Hierbij stroomt er vochtige en koude lucht, vanuit het noorden (of noordwesten), naar de Alpen. Wanneer deze lucht bij de Alpen aankomt wordt deze tegen het bergmassief omhoog gestuwd. De stijgende lucht koelt af en gaat condenseren waardoor er wolken en neerslag ontstaat. Wanneer het koud en vochtig genoeg is kan dit een flink pak sneeuw opleveren voor de skigebieden welke aan de noordkant van de Alpen liggen.

Aan de zuidkant van de Alpen is sprake van een Nordföhn. Een Föhn kan betekenen dat je in milde temperaturen, een zonnetje en een lichte bries hebt. Maar een Föhn kan ook zeker de sneeuw op de pistes binnen enkele uren laten verdwijnen, windsnelheden tot orkaankracht opleveren en in dalen tot windstoten boven de 100 km/h. Dit levert natuurlijk allerlei ongemakken die erbij komen kijken, zoals afgesloten wegen en liften of schade aan huizen.

Stau en Föhn met de daarbij horende weersverschijnselen

Voor het ontstaan van föhn hebben we een sterke stroming loodrecht op de Alpenhoofdkam nodig. De Föhn ontstaat uiteindelijk als er een stabiele luchtlaag aanwezig is die over de berg wordt gedwongen. Hierdoor ontstaan er zogenaamde ‘Lee waves’, oftewel golfbewegingen, in de atmosfeer achter de berg. Als vervolgens de lucht ook nog eens stagneert voor of achter de berg, kunnen deze golven breken (vergelijkbaar als met het strand). Bij het breken van deze golven komt veel energie vrij en wordt de lucht gedwongen langs de helling van de berg te stromen. De lucht warmt ongeveer 1°C per 100 meter daling op (droog adiabatisch) en de Föhn is geboren.

Aan de noordhelling waar stuwing is, daalt de temperatuur juist. Bij de nat adiabatische afkoeling daalt de temperatuur juist met -0.6 °C  per 100 meter stijging. Door deze afkoeling vindt wolkenvorming plaats en valt er neerslag. Als de stuwing (stau) krachtig genoeg is kan er veel (winterse)neerslag vallen zoals ook nu het geval is.

Enorme hoeveelheden sneeuw in Filzmoos, Oostenrijk op 6 januari. (Foto: Macro Kaschuba)
Zonnig, maar een krachtige föhnwind aan de zuidkant van de Alpen in het skigebied van Val di Fassa vandaag op 7 januari.

Sommige skigebieden krijgen opvallend meer sneeuw dan andere bij een dergelijke Nordstausituatie in de winter. Deze gebieden worden ook wel een “schneelochen” genoemd, een Duitse benaming voor een plaats waar vaak net wat meer sneeuw ligt. Bekendste zijn Arlberg, Dachstein en skigebieden als Warth en Damüls. Dit zijn de gebieden waar gemiddeld elke winter de meeste sneeuw valt. Ook deze dagen zie je dat hier net iets meer sneeuw valt dan op andere plaatsen.

Nordstau en Nordföhn op de weerkaarten

Op weerkaarten zijn een aantal zaken te herkennen die hierboven genoemd zijn: luchtmassa loodrecht op de berg en de grote drukverschillen. Om deze twee factoren te krijgen zijn er een aantal ‘ideale’ situaties:

  • Hogedrukgebied boven de Golf van Biskaje en een lagedrukgebied boven Oost-Europa. Dwingt lucht loodrecht vanuit het noorden op Alpenhoofdkam te stromen.
  • Vaak verliest deze al veel vocht aan de Alpennoordzijde en kent de noordelijke Föhn minder opwarming dan een zuidelijke Föhn.
Een krachtig hoge drukgebied ten westen van Frankrijk en een lage drukgebied boven de Oostzee zorgen opnieuw voor een noordelijke stroming richting de Alpen. In combinatie met een overtrekkend koufront gaat er morgen opnieuw veel neerslag vallen in noordelijke Alpen (Bron: DWD drukkaart 8 januari)

Verder kun je op weerkaarten letten op de scheiding van luchtmassa’s op grotere hoogte (bijvoorbeeld 850 of 500 hPa). Dit kun je zien door op de temperatuurverschillen (en dus dichtheidsverschillen) en luchtdrukverschillen te letten ten noorden en zuiden van de Alpenhoofdkam. De drukverschillen geven onder andere aan of er een luchtmassa tegen de berg aangeduwd wordt of niet.

Föhndiagram

Een handige tool (zonder dat je op een weerkaart hoeft te kijken) is het Föhndiagram. Deze geeft de drukverschillen aan voor en achter de Alpenhoofdkam. Enkele vuistregels:

Ook de komende dagen houdt de Nordföhn aan in de Oostenrijkse Alpen (föhndiagram via wetteralarm.at)

 Innsbruck-Bozen:

  • minimaal 4 hPa
  • 8 hPa tot in de dalen 

Sneeuwval houdt maar niet op

Vrijdag neemt Frau Holle even een adempauze voordat een volgende depressie voor nieuwe sneeuw gaat zorgen in de Noord-Alpen. Er wordt al gesproken over een mogelijke winter als die van 1978/1979. Precies 40 jaar geleden was het ook winter met extreme kou en sneeuwval in het noorden van de Alpen en ook delen van Duitsland. Naast de sneeuwchaos vanaf de jaarwisseling en een sneeuwstorm in februari waren er ook warmere fasen die winter.

De weersituatie van de afgelopen dagen laat maar weer zien hoe groot de verschillen in de Alpen kunnen zijn. Elke winter varieert en valt er in het ene gebied soms veel meer sneeuw dan in het andere. Waar ze in Oostenrijk inmiddels meer dan genoeg hebben, kunnen ze in Frankrijk en Italië nog wat sneeuw gebruiken. De komende dagen lijkt er nog geen grote verandering in het huidige weerpatroon, hoewel niets zo veranderlijk is als het weer in de Alpen.  

Meer weten over het weer en klimaat? Kijk ook eens op de WIKI:
https://www.alpenweerman.nl/wikipedia-weer-en-klimaat-bij-alpenweerman/

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

18 − 1 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.