Nattebol en Dauwpunt (sneeuw)

Dauwpuntstemperatuur: Dit is de temperatuur van de lucht als de lucht wordt afgekoeld tot 100% luchtvochtigheid zonder dat de hoeveelheid vocht in deze lucht veranderd. Een voorbeeld van dit proces is als er door uitstraling mist ontstaat. De dauwpuntstemperatuur wordt daarom gebruikt als een mate voor de absolute hoeveelheid vocht in de lucht.

Natteboltemperatuur: Dit is de temperatuur van de lucht als de lucht wordt afgekoeld tot 100% luchtvochtigheid door middel van verdamping. Deze laatste toevoeging is heel belangrijk, want in dit geval is de hoeveelheid vocht in de lucht niet constant maar neemt toe vanwege de verdamping. De temperatuur waarbij de lucht 100% luchtvochtigheid bereikt zal in dit geval hoger liggen vanwege de toegenomen vochtigheid. De natteboltemperatuur ligt dus boven de dauwpuntstemperatuur maar onder de gewone temperatuur.

Twee voorbeelden waarbij de natteboltemperatuur belangrijk is:

Voorbeeld 1 Stel dat er regen valt bij temperaturen net boven nul. De regendruppels verdampen deels onderweg naar beneden. Het water in de druppel dat niet verdampt en de lucht nabij de druppel koelen af omdat het verdampen van de druppel energie uit de omgeving onttrekt. De temperatuur van de druppel zal dus lager zijn dan de gemeten luchttemperatuur. De temperatuur die de druppel “voelt” is dan de natteboltemperatuur ipv de normale luchttemperatuur. Als de natteboltemperatuur in dat geval onder nul ligt kan er sneeuw (of andere winterse neerslag) vormen, ondanks dat de temperatuur van de lucht boven nul ligt.

Voorbeeld 2: Een ander voorbeeld is vorming van ijs. Stel dat de temperatuur boven een wateroppervlak net boven nul ligt. Aan het oppervlak van het water kan water verdampen. Dit koelt het water en de lucht in de directe omgeving af. Wederom is dus de natteboltemperatuur verantwoordelijk of het water bevriest of niet.

De natteboltemperatuur is afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur. Onderstaand plaatje geeft lijnen van constante natteboltemperatuur als functie van de temperatuur en luchtvochtigheid.
177561
Als we kijken naar de 0 gradenlijn van de natteboltemperatuur (Tw) dan zien we dat deze, voor hoge RH, erg dicht bij de echte Temperatuur T ligt. Voor hoge RH waarden liggen de temperatuur, natteboltemperatuur en ook de dauwpuntstemperatuur dicht bij elkaar. Voor lage RH waarden begint de natteboltemperatuur aardig af te wijken van de luchttemperatuur. In die gevallen is het wel handig om de natteboltemperatuur te gebruiken om te bepalen of er sneeuw gaat vallen of ijs gaat groeien.
Via onderstaande link kun je de hoogte van het het 0 gradenniveau van de natteboltemperatuur zien:

www.weatheronline.co.uk/cgi-bin/expertcharts?LANG=en&MENU=0000000000&CONT=nlnl&MODELL=gfs&MODELLTYP=1&BASE=-&VAR=thfr&HH=3&ZOOM=0&ARCHIV=0&RES=0&WMO=&PERIOD=

Sneeuw smelt niet onmiddellijk op het moment dat het een positieve natteboltemperatuur tegenkomt. Op basis daarvan schat ik dat je sneeuw kunt verwachten als het nulgradenniveau zich 100-200m boven het oppervlak bevindt.

Samenvatting: De natteboltemperatuur is een nauwkeurigere manier om te bepalen of water gaat bevriezen dan de dauwpuntstemperatuur.