Luchtsoorten

Luchtsoorten:

In functie van hun brongebied, verdeelt men de luchtsoorten als volgt:

  • Banen luchtmassa'sarctische lucht (A), uit de poolstreken
  • polaire lucht (P), van gematigde breedten
  • tropische lucht (T), uit de subtropen
  • equatoriale lucht (E), uit de equatoriale lagedrukzone

Deze indeling houdt rekening met de temperatuur, rekening houdend met het vochtgehalte onderschijden we:

  • maritieme lucht (m)
  • continentale lucht (c)

Rekening houdend met de mogelijke combinatie spreekt men van:

  • arctische lucht (A)
  • maritiem-polaire lucht (mP)
  • continentaal-polaire lucht (cP)
  • maritiem-tropische lucht (mT)
  • continentaal-tropische lucht (cT)

In onze gematigde streek wordt dikwijls verwezen naar de mid-latitude-airmass. Puur per definitie is dit geen luchtmassa vermits er geen homogeen gebied voor bestaat. Het is een luchtmassa die ontstaan is uit een menging van een polaire- en een tropische luchtmassa, veroorzaakt door een langdurig contact tussen die massa’s.

Thermodynamische indeling

Voor hun aankomst boven West-Europa ondergaan deze luchtsoorten belangrijke wijzigingen, die bepalend zijn voor de meteorologische voorwaarden in de schoot van de verschillende luchtsoorten. Enkele zijn uitermate belangrijk en weerbepalend voor onze regio.

Transformatie

Na het ontstaan zal de luchtsoort bij luchtdrukveranderingen het brongebied verlaten. Bij het passeren van gebieden met een andere oppervlaktegesteldheid zal de luchtsoort langzaam transformeren en andere eigenschappen overnemen. Lucht die zich naar lagere breedte verplaatst zal opwarmen. Bij een luchtstroming richting hogere breedte zal vooral de onderste luchtlaag afkoelen. De luchtvochtigheid van continentale lucht neemt boven zee snel toe, maar andersom blijft maritieme lucht veel langer vochtig en behoudt het veel langer zijn karakter. Het karakter van een luchtsoort hangt dan ook af van het brongebied, de afgelegde weg en de verstreken tijd sinds het verlaten van het brongebied, de leeftijd.

Naast de indeling naar geografische luchtsoorten, wordt er ook een onderscheid gemaakt naar het temperatuurverschil tussen de lucht bij de grond en het oppervlak daaronder. Bij warme massa is de luchttemperatuur op waarnemingshoogte (1,5 meter boven het aardoppervlak) hoger dan de temperatuur van het aardoppervlak en bij koude massa is dit andersom. Bij warme massa koelt het aardoppervlak de onderste luchtlaag, terwijl deze koude massa opwarmt. Dezelfde luchtsoort kan zich dus het ene moment als koude massa voordoen en later als warme massa. Dit treedt bijvoorbeeld op als een luchtsoort van land boven zee komt of andersom, maar ook door de dagelijkse gang. Tijdens de nacht heeft land een relatief lage temperatuur en is er vaak sprake van warme massa, terwijl overdag het land opwarmt, waardoor de lucht zich voordoet als koude massa.

Koude massa

Bij koude massa wordt de onderste luchtlaag opgewarmd. Deze zal daardoor stijgen, wat convectie wordt genoemd. Er is dus sprake van een onstabiele opbouw van de lucht. Hoewel deze luchtbel warmer is dan de omringende lucht, zal deze wel afkoelen bij toenemende hoogte, waardoor condensatie op kan treden als de luchtvochtigheid hoog genoeg is. Er treedt daardoor wolkenvorming op. Deze wolken behoren tot het wolkengeslacht cumulus en cumulonimbus. Deze bewolking bedekt nooit de gehele hemel, omdat er ook compenserende luchtdalingen zijn, subsidentie. Hier lost eventuele bewolking op. Het zicht in koude massa is over het algemeen goed, afgezien van de buien. De wind is vaak vlagerig.

Warme massa

Bij warme massa wordt de onderste luchtlaag afgekoeld. Deze luchtlaag kan niet verder dalen, waardoor er een stabiele opbouw is. Bij droge lucht kan er dan een wolkenloze hemel zijn. Bij een front zal de warme massa echter opgetild worden, waardoor de gehele luchtmassa condenseert en uitgestrekte, gelaagde bewolking ontstaat, stratus en stratocumulus. Het zicht in warme massa is vaak slecht, waarbij ook vaak mist optreedt. De wind is over het algemeen gelijkmatig.

Het weer verbonden aan de luchtmassa’s voorkomende in onze regio.

Arctische lucht

Arctische lucht (A) is een luchtsoort waarvan het brongebied in de poolstreken ligt, meestal gecentreerd boven Syberië en zich uitstrekkend over Skandinavië en de Noordzee. De begrenzing van de arctische lucht met de polaire lucht is het arctische front.
Als de lucht een lange weg over zee aflegt, is er sprake van maritiem arctische lucht (mA). De lucht warmt hierbij onderweg op en neemt vocht op. Ze wordt gekenmerkt door Cumuli en Cumulonimbi en door neerslag en buiig karakter.
Lucht die grotendeels over land wordt aangevoerd wordt continentaal arctisch genoemd (cA). Bij deze aanvoer kan het erg koud worden, maar is de kans op buien klein en is het vaak schraal, droog en helder weer met straalblauwe lucht.

Polaire lucht

Polaire lucht (P) is een luchtsoort waarvan het brongebied in de gematigde breedtes ligt, de Noord-Atlantische Oceaan, in de buurt van Groenland en IJsland. De benaming kan verwarrend zijn, omdat het brongebied niet in de poolstreken ligt, zoals dat bij arctische lucht het geval is. Omdat het brongebied zich tot vrij zuidelijke breedte kan uitstrekken, wordt de benaming polaire lucht tegenwoordig soms wel beperkt tot het gebied rond de 60e breedtegraad en wordt de lucht uit het brongebied rond de 50e breedtegraad wel aangeduid met gematigde lucht (G). De begrenzing van de polaire lucht met de arctische lucht is het arctische front, terwijl de begrenzing met tropische lucht het polaire front wordt genoemd. Zowel in arctische lucht als in continentaal polaire lucht komen tijdens de winter sneeuwstormen voor.

Maritiem polaire lucht (mP) stabiel, wordt aangevoerd over zee en is daardoor vochtig. De kans op buien neemt hiermee toe, terwijl meegevoerde lagedrukgebieden voor sterke wisselingen van windrichting en -kracht kunnen zorgen. Goed zicht (>20 km) behalve bij neerslag.

Continentaal polaire lucht (cP) is stabiel en droog. In de winter is het daardoor koud, terwijl het in de zomer warm is. Met de lage vochtigheidsgraad is er weinig bewolking, maar in de winters kan wel langdurige lage bewolking ontstaan. Geen neerslag, goed zicht.

Tropische lucht

Tropische lucht (T) is een luchtsoort waarvan het brongebied in de subtropen ligt. De benaming zou daarom beter subtropische lucht zijn, maar de huidige naam is ondertussen dusdanig bekend dat wijziging niet realistisch is.

AzorenMaritieme tropische lucht (mT) is stabiel, warm, heel vochtig en een heeft een hoge temperatuur (brongebied de Azoren). De bekendste maritiem tropische lucht is de Portugese Noord.
Het Azorenhoog ontstaat door de uitwisseling van warmte tussen de tropen en de poolgebieden. Het hogedrukgebied bij de Azoren is van belang voor ons weer. Het luchtdrukverschil tussen het Azorenhoog en de depressie bij IJsland bepaalt de sterkte van de westelijke stroming. Wanneer de Azorenanticycloon in de zomer zuidelijk blijft trekken storingen over ons land en hebben we een kwakkelzomer zoals deze van 2012.

Continentale tropische lucht (cT) is heel droog, stabiel en warm. Belangrijke brongebieden van continentaal tropische lucht zijn het Afrikaans-Arabische woestijngebied met Iran en Pakistan. De bekendste continetaal tropische wind is de Scirocco. Geen neerslag, matig zicht (7-8km)

De begrenzing met polaire lucht wordt het polaire front genoemd. De begrenzing met equatoriale lucht wordt vanwege het geringe verschil tussen de luchtsoorten wel de intertropische convergentiezone (ITCZ) genoemd.

luchtmassa's