Luchtdruk / hPa

Wat is luchtdruk nu eigenlijk en wat is een hectopascal?

Luchtdruk is niets anders dan de druk die een kolom lucht met zijn gewicht op aarde uitoefent. Het zwaarste deel van de luchtkolom bevindt zich in de onderste kilometers van de dampkring, aangezien de hoeveelheid lucht daar groter is (de dichtheid is groter) dan bijv. op 10 km. Als u wel eens in hoge bergen bent geweest, weet u dat u het moeilijker krijgt met ademhalen. De lucht is ijler, dunner en bevat minder luchtmoleculen, dus ook minder zuurstof. De luchtdrukwaarde geeft de druk aan op een oppervlakte van 1 m2 en wordt tegenwoordig in hectopascal gegeven, waarbij 1 hPa = 100 N/m2 (N=Newton). Vroeger werd bij kwikbarometers in mm kwikdruk gemeten, later werd dat de millibar. Een millibar is een duizendste bar en 1 bar is weer gelijk aan 1 atmosfeer. Nog later werd dus de hectopascal ingevoerd aangezien de pascal in de natuurkunde de officiele eenheid van druk is. Een millibar komt overeen met een hectopascal, dus 1 mbar = 1 hPa. Voor mensen met een oude kwikbarometer de volgende omrekenregel:
1 mm kwikdruk = 1,333 hPa (of mbar), dus: 750 mm kwik = 750 x 1,333 = 1000 hPa.
Luchtdrukverschillen ontstaan in principe door de onregelmatige verwarming van de aarde. Koudere lucht is zwaarder dan warmere lucht. Bij grootschalige druksystemen geldt het volgende: In een lagedrukgebied stijgt de lucht grootschalig op en wordt aan het aardoppervlak a.h.w. lucht weggezogen (druk is laag). In een hogedrukgebied daalt de lucht en wordt dus net als in een fietspomp a.h.w. samengeperst (druk is hoog).