Lagedrukgebied (soorten)

Soorten lagedrukgebieden

Er bestaan verschillende soorten lagedrukgebieden:

  • Een stormdepressie kenmerkt zich door de erg lage luchtdruk in de depressiekern en de dicht bij elkaar liggende isobaren, resulterend in veel wind, behalve in de kern.
    • Een tropische stormdepressie laat zich op satellietfoto’s herkennen als een hoeveelheid ronddraaiende bewolking met in het midden een “oog van de storm”; hierin is de luchtdruk extreem laag. Vlak om het oog heen is een muur van bewolking waarin het stevig onweert en waait. Tropische stormen brengen enorme hoeveelheden neerslag met zich. Ze ontstaan boven open zee met een zeewatertemperatuur van minstens 25 °C uit samenklonterende tropische onweersbuien. Boven land zwakken ze snel in kracht en neerslagintensiteit af. Eenmaal aangeland boven kouder water (in streken van het gematigd klimaat) nemen ze de vorm aan van gewone stormdepressies.
    • Een gewone stormdepressie bestaat in de gematigde klimaatzône en heeft fronten: een warmtefront en een koudefront, vaak uiteindelijk deels samengaand in een occlusiefront.
    • Een Kanaalrat is een stormdepressie die zich vormt boven de Atlantische Oceaan voor de zuidelijke ingang van het Kanaal, dan wel boven de Golf van Biskaje, door het Nauw van Calais langs de Noordzeekust noordoostwaarts trekt, veel neerslag en in de warmtesector erg warme lucht, met zich meeneemt, en een verradelijk onverwachte sterke storm in de Lage Landen en noordwestelijk Frankrijk doet opsteken. Berucht is de Kanaalrat die op Hemelvaartsdag 1983 een ooster- en later zuidwesterorkaan veroorzaakte; er vielen doden op de Noordzee en het IJsselmeer.
    • Een zandstormdepressie ontstaat boven een woestijn, is klein in omvang, heeft geen bewolking en fronten bij zich, en veroorzaakt een kortdurende intense zandstorm. De afwijkende karakteristieken komen door het ontbreken van vocht en relatieve kou in de (boven)lucht.
  • Een onweersdepressie ontstaat in het warme jaargetijde boven een heet aardoppervlak waar van elders aangevoerde koelere vochtige lucht snel gaat stijgen, waardoor de luchtdruk aan de grond daalt en er zich onweersbuien vormen; deze depressies hebben veel neerslag en in de buurt van de buien op het koufront veel wind bij zich.
  • Een polar low ontstaat in het koude seizoen in de bovenlucht; aan de grond is geen schommeling in luchtdruk te merken. De bewolking heeft de vorm van een komma. Het low brengt forse hoeveelheden neerslag, meest sneeuw, en veel wind met zich mee.
  • Een vlak laag is een depressie met vrij weinig luchtdrukverschillen in zich. Daardoor veroorzaakt deze weinig wind; meestal blijft zo’n depressie ook lang op een plek liggen. Vaak is het een opvullend oud lagedrukgebied, dat nog steeds in staat is veel bewolking en neerslag te veroorzaken in de buurt van de kern. De bijbehorende fronten zijn meestal al uitgedoofd dan wel oplossend.