Koude put

In andere seizoenen dan de winter spreekt men van een koudeput (of koude luchtbel) in de hogere luchtlagen – men bedoelt dan de troposfeer. Ze hebben net als de polar lows geen weerfronten bij zich. Ook beïnvloeden ze de luchtdruk aan het aardoppervlak niet of nauwelijks.

Koudeputten ontwikkelen een centrifugale kracht waardoor ze zich afsnoeren van de straalstroom. Hierdoor houden ze zichzelf in stand: ze zuigen warme lucht tot op grote hoogte aan waardoor ze afkoelt en het vocht erin condenseert, hetgeen de kou doet toenemen. Uiteindelijk implodeert de koudeput als gevolg van de aanhoudende stroom warme lucht, waardoor ze een warme luchtbel wordt en uitzet en daardoor paradoxaal een hogedrukgebied vormt, waarin de relatief koude lucht daalt en uitdroogt. Tegenwoordig worden Polar lows steeds zeldzamer in Nederland. Dat komt door het broeikaseffect.

Zie ook Hoogtelaag -Upper Level Low