Hoog subtropisch

Subtropisch hogedrukgebieden

Subtropische hogedrukgebieden bevinden zich op de paardenbreedten, gemiddeld tussen 25º en 45º breedte, grenzend op hogere breedte met de westenwindzone. Deze warme hogedrukgebieden vormen zowel op het noordelijk als het zuidelijk halfrond een gordel rond de aarde met onderbrekingen onder meer door thermische depressies boven Azië, Noord-Afrika en Noord-Amerika. Een bekend voorbeeld is het semi-permanente Azorenhoog. Deze hogedrukgebieden zijn een belangrijk onderdeel zijn van de algemene circulatie, terwijl de ligging van de subtropische straalstroom een grote invloed op het ontstaan heeft. De ligging en intensiteit verschuift met de seizoenen en volgt de zon met een vertraging van zes tot acht weken. Het weer heeft het gebruikelijke beeld voor dynamische hogedrukgebieden van mooi weer met een zwakke wind en weinig wolken en neerslag. Daardoor zijn er op de paardenbreedten uitgestrekte woestijngebieden te vinden, zoals de Sahara, het Arabisch Schiereiland, de Kalahari en grote delen van Australië.

Vaak is er sprake van een subsidentie-inversie. In het westen van een hogedrukcel ligt de inversie vaak hoger met stijgende luchtbewegingen en meer neerslag tot gevolg, terwijl het oosten droog en warm is. Veel voorkomend zijn land- en zeewind. Lokale invloeden zorgen voor variaties in dit weerbeeld, net als storingen als de passage van een tropische cycloon van lagere of fronten van hogere breedten. Onder invloed van een blokkerend hogedrukgebied tussen 50º en 70º breedte kunnen ook lagedrukgebieden langstrekken.