Enso (El Niño/La Niña)

Inleiding
In de wereld van klimaat en meteorologie wordt veel gesproken over El Niño. Wat dit is en hoe dit samenhangt met het weer leggen we op deze pagina kort uit.

ENSO
In plaats van El Niño is het beter te spreken over ENSO. (El Niño Southern Oscillation). Dit is een samenvoeging van El Niño, La Niña en de Zuidelijke Oscillatie in de atmosfeer. Drie verschijnselen die samen een onderling verband hebben. Het ENSO-verschijnsel speelt zich af in de Stille Oceaan tussen Amerika en Azie/Australië. In de Stille Oceaan is altijd een van de drie situaties aanwezig. Om te weten in welke situatie we nu zitten, kijken we naar de NINO3-index. Deze wordt bepaald aan de afwijking van de zeewatertemperatuur langs de evenaar. De grote vraag is nu waarom de ogenschijnlijke stabiele situaties elke keer overslaan in de andere situaties.

Zuidelijke Oscillatie (NINO3=0)
Aan de kust van Amerika komt koud zeewater omhoog. Oostelijke winden brengen dit water naar het westen. Tegen de tijd dat Azië wordt bereikt, is het zeewater vijf graden warmer. Boven dit warme zeewater stijgt lucht op en regent het vaker, dan bij het koude zeewater van Amerika. Door de opstijgende lucht wordt de luchtdruk lager en wordt de oostelijke passaatwind versterkt. Het patroon houdt zichzelf in stand.

El Niño (NINO3=hoog)
Tijdens deze situatie is de kust van Amerika opgewarmd. Hierdoor verandert de druk en wordt de oostpassaat kleiner. Het zeewater stroomt niet zo snel meer weg en het warme water wordt nog warmer. De passaatwind wordt hierdoor zwakker. Het regengebied dat normaal boven Indonesië ligt, is nu naar het midden van de Stille Oceaan verschoven. Uitlopers bereiken in de eerste maanden van een jaar ook de kust van Zuid Amerika. Deze regen kan veel schade aanrichten in de bergen van de Andes.

La Niña (NINO3=laag)
Tijdens deze situatie is de kust van Amerika koeler dan normaal. Hierdoor versterkt de oostpassaat en valt veel regen in Azië en Australië. De sterke oostpassaat stuwt veel warm water weg van de kust van Amerika.

Invloed op het weer in de wereld.
Omdat El Niño een sterker verschijnsel is dan La Niña, is het verband met het wereldweer bij El Niño altijd sterker gebleken. Tijdens een El Niño blijkt vooral rond de evenaar veel invloed te zijn. Droogte komt voor in Indonesië, Noord-Australië en de Filippijnen. Aan de kust van Zuid Amerika en midden op de Stille Oceaan regen. Droogte komt ook voor in de Amazone en in zuidelijk Afrika. Oost Afrika heeft weer hevige regenval. Ook Noord-Amerika ondervindt invloed tot in Alaska aan toe. Tenslotte heeft El Niño invloed op de orkaanactiviteit in verschillende delen van de wereld.

Invloed van het weer in Nederland.

KNMI-onderzoek laat zien dat een krachtige El Niño invloed heeft op de lenteneerslag. Als de NINO3 index hoog is in de wintermaanden december-januari-februari, valt gemiddeld meer regen in de lente. Het vermoeden bestaat dat een krachtige La Niña droogte veroorzaakt, maar dit is niet bewezen. Verdere invloed voor ons land is niet gevonden.