Depressiebanen vlgs Bebber

CIRCULATIETYPEN NAAR VAN BEBBER

INLEIDING

In de 19e eeuw heeft de Duitse meteoroloog W.J. van Bebber (1841-1909) getracht de verschillende paden van depressies te katalogiseren. Van Bebber onderzocht daarvoor de alle depressie tussen 1876 en 1880. Dit leidde tot een indeling met 6 hoofdtrajecten en een aantal daarvan afgeleidde routes. Tegenwoordig weten we dat vrijwel alle depressies eigen routes volgen en slechts 30% volgt een van de paden die Van Bebber vond. De voornaamste route die de tand des tijds overleefd heeft is route Va-Vb. Deze is zo karakteristiek dat Lage Vb is opgenomen in het latere overzicht van de Grosswetterlagen.

DEPRESSIEROUTES

I GOLFSTROOM ->LOFOTEN ROUTE
Depressies nemen in de herfst en winter vaak deze route. Het is dan mild, de wind komt uit het zuidwesten en er valt vaak regen. Biedt echter een hogedrukgebied boven Centraal-Europa tegenwicht dan kan de invloed van de depressie worden onderdrukt en is het ook wat kouder.

II FAER-ÖER -> FINLAND ROUTE
Depressies trekken over Scandinavië en de westenwind kan in West-Europa flink uithalen. Diepe depressies brengen storm. Regenachtig.

III BALTISCHE ROUTE
Kans op storm met flinke hoeveelheden regen of zware buien.

IV KANAAL -> OOSTZEEROUTE
Vaak kleine maar relatief diepe depressies met soms in de winter ook storm uit het westen of noordwesten. In de zomer aanvankelijk warm tot zeer warm, later afkoeling met onweer.

V MIDDELLANDSE ZEEROUTE
Treedt vooral in de winter op. In West-Europa koud met oostenwind. Traject Va-Vb brengt in Midden-Europa veel sneeuw. Deze variant komt ook in andere jaargetijden voor en kan dan vooral in de zomer voor wateroverlast in grote delen van Midden-Europa zorgen, zoals in augustus 2002 toen er grote waterlast optrad met de Elbe overstromingen. De depressie die deze overlast veroorzaakte is op de animatie van Meteosat 7 beelden van 8 t/m 12 augustus 2002 te volgen vanaf de Golf van Biskaje en volgt voorbeeldig de Va-Vb route.
De Vb variant is ook opgenomen in de Grosswetterlagen als Laag boven Midden-Europa.
Klik op de afbeelding links om de animatie te starten. (satellietdata: Eumetsat (c) 2002).

HOGEDRUKGEBIEDEN

Hiervan afgeleid kan ook een staatje gemaakt worden met de posities van hogedrukgebieden:

A HOGEDRUKGEBIED BOVEN WEST-EUROPA
Boven Oost-Europa is de luchtdruk laag en met een meest noordelijke tot noordwestelijk luchtstroom wordt koude vochtige lucht aangevoerd. Vaak met buien die in de winter en het vroege voorjaar ook sneeuw en hagel kunnen opleveren. In de winter volgt vaak E in de zomer en herfst B.

B HOGEDRUKGEBIED BOVEN MIDDEN-EUROPA
Helder stralingsweer: In de zomer wam met koele nachten en in de winter vaak kouder dan normaal. Kan worden opgevolgd door D of E.

C HOGEDRUKGEBIED BOVEN NOORD EN NOORDOOST-EUROPA
De wind komt uit oostelijke richtingen en de luchtdruk boven het Middellandse zeegebied is laag. Daar nat. In West-Europa droog en helder. Zomers aanvoer van zeer warme continentale lucht. In de winter kans op een flinke vorstperiode. In de winter trekt het hoog vaak weg naar Oost Europa (D) en in de zomer vaker E. Het voorjaar wordt het hoog doorgaans door A opgevolgd.

D HOGEDRUKGEBIED BOVEN OOST-EUROPA
In het winterhalfjaar kouder dan normaal en in het zomerhalfjaar warmer dan normaal met kans op onweer. Meestal opgevolgd door E, in april ook door A.

E HOGEDRUKGEBIED BOVEN ZUID-EUROPA
Westenwind met depressie invloed. Kans op storm en regen in de winter. Meestal gevolgd door A, in de zomer ook B.