Op 5 januari stond de stratosfeer in vuur en vlam. Nog geen vijf dagen later leek het alsof we een week later op de schaats konden staan! Leek, want de waarheid was precies het tegenovergestelde. In deze blog ondernemen we een crime-scene investigation op zoek naar de oorzaak!

Het is 10 januari 2021. De dag waarin de winterliefhebbers eindelijk hun hart kunnen ophalen?

Het is 10 januari 2021. De dag waarbij het ’s ochtends leek alsof we na lange tijd weer eens een goede vorstperiode zouden krijgen. Zou het dan toch eindelijk…?

Het is 10 januari 2021. Ook ikzelf begin enthousiast te raken. Zo vertelde ik al vol enthousiasme (en met een mislukte poging tot bescheidenheid) dat we waarschijnlijk binnenkort weer eens op de schaats konden staan!

Het is 10 januari 2021. Ook mijn ‘stratosfeerhart’ gaat sneller kloppen! Hoe leuk is het voor een stratosfeerliefhebber als snel na een plotselinge stratosferische opwarming er een vorstperiode aan komt?

En dan… is het 20 januari 2021. Je ziet de eerste mensen alweer met korte broek hardlopen. De wind maakt overuren. En de thermometer wijst alweer de 10 graden aan…

WHERE DID THIS GO WRONG?

De ‘pluim’ van 10 januari 2021 en de uitkomst in geel. Waar een periode met winterweer waarschijnlijk leek, werd een temperatuur in de dubbele cijfers de uitkomst!

 

Het moge duidelijk zijn: wat op 10 janauri werd voorspeld, kwam totaal niet uit. In plaats van een vorstperiode kregen we bezoek van de herfst. In deze ‘crime-scene investigation’  gaan we zoeken naar de verklaring waarom de kou niet kwam!

  1. Allereerst kijken we naar de stratosfeer. Gedroeg de poolwervel zich heel anders dan we hadden verwacht? En is dat de sleutel tot waarom winterweer uitbleef in Nederland?
  2. Vervolgens dalen we af naar de atmosfeer op leefniveau. Vinden we daar verdere aanwijzingen?

Bij deze blog verwijzen we ook regelmatig naar de eerdere blog van 8 januari over de plotselinge stratosferische opwarming.

Mocht je nog niet bekend zijn met het fenomeen ‘plotselinge stratosferische opwarming’, of niet helemaal precies weten wat er aan de hand was, dan is de blog uit de link hierboven ook een aanrader!

Time to get the Crime-scene investigation going!

Deel 1: de stratosfeer

Gedroeg de poolwervel zich als verwacht?

Allereerst kijken we naar of de poolwervel zich heeft ‘gedragen’ zoals we eerder hadden verwacht. In de vorige blog hadden we het erover dat er een opwarming plaats had gevonden op ongeveer 30 km hoogte. De vraag was in hoeverre deze opwarming zich ook naar beneden wist ‘uit te breiden’. Hoe dieper die kwam, hoe groter de kans dat de poolwervel-klap ook grote effecten zou hebben voor het weer aan de grond. We hadden daarbij vooral aandacht voor een dip op 15 januari.

Een (aangepaste) citaat uit de vorige blog:

Hieronder kijken we naar de wind op ongeveer 20 km hoogte (50 hPa). Hoe meer oostelijk de wind is (onder de nullijn), hoe meer de poolwervel op 20 km hoogte is verzwakt. Op 7 januari zien we dat de wind tot nu toe niet onder nul is gekomen. Oftewel: de plotselinge stratosferische opwarming reikt tot nog toe niet heel ver naar beneden in de stratosfeer.

Verwachting van de ‘zonaal gemiddelde zonale wind’ op ongeveer 20 km hoogte op 60 graden noorderbreedte volgens het GFS-model uitgegeven op 7 januari. De verwachtingen zijn de verschillende leden van het GFS-ensemble – vergelijkbaar met de ‘pluimverwachting’. Voor uitleg over de zonaal gemiddelde zonale wind zie onder het kopje ‘5 januari’.

Maar wat de oplettende kijker zal hebben gezien: rond 14 januari vindt een tweede ‘dip’ plaats. Dit kan van groot belang zijn voor de SSW zelf. Deze dip gaat namelijk samen met een tweede opwarming. Is deze opwarming krachtig, dan kan de poolwervel zowaar een echte genadeklap krijgen. Dit zijn waarschijnlijk de berekeningen waarbij de tweede ‘dip’ ruim onder nul komt.

Hieronder zie je het resultaat!

Zelfde als hierboven, maar dan voor de periode 13 janauri-20 januari (analyse) en 20 januari-5 februari (verwachting)

Duidelijk is te zien dat de lijnen boven 0 ‘gelijk’ hebben gekregen. Oftewel: de opwarming op ongeveer 20 km hoogte rond 15 januari volgde niet de berekeningen die gingen voor een sterkere opwarming.

De verwachte sterkte van de poolwervel na 20 januari laten we nu buiten beschouwing.

Bijna perfecte verwachting!?

Maar dit is nog niet waar het verhaal eindigt. Het wordt echt interessant als we gaan kijken hoe de poolwervel er uit zag op 15 januari van boven – en dat vergelijken met de verwachting van 7 januari. 7 januari is de dag waarop de verwachting uit het eerste figuur is gemaakt. De vergelijking zie je hieronder.

Vergelijking van de staat van de poolwervel op 50 hPa hoogte (ongeveer 20 km hoogte) berekend door het GFS-weermodel met de verwachting op 7 januari (links) en realisatie op 15 januari (rechts). Witte lijnen geven de geopotentiale hoogte aan (in hectopascal), kleuren de temperatuur (in Kelvin – haal er 273 graden van af om temperatuur in graden Celsius te krijgen). De ‘L’ geeft het centrum van de poolwervel aan. Bron: Stratobserve.com

Wat hier het meeste opvalt is hoe veel de plaatjes op elkaar lijken. Verschillen zijn echt nauwelijks te zien. Kortom: het GFS-weermodel had op 7 januari al heel goed in de smiezen hoe de poolwervel op 20 km hoogte er op 15 januari uit zou zien!

Kijken we nog een aantal dagen verder vooruit, dan kunnen we bijna precies dezelfde conclusie trekken! Hieronder zie je dat de verwachting voor 20 januari (13 dagen vooruit!) ook heel erg op de uitkomst leek. Dat is best bijzonder volgens mij: een verwachting voor 13 dagen vooruit in de stratosfeer die zo precies is, is volgens mij vrij ongewoon.

Verwachting van 7 januari voor 20 januari (links) en uitkomst op 20 januari (rechts)

Ook verwachtingen die uitgegeven waren na 7 januari bleken vrij goed te zijn. Dit geldt dus ook voor de verwachting van 10 januari. Dat is ook de dag waar de ‘pluim’ in het begin van de blog van is.

De touwtjes aan elkaar knopen

Waarom is het zo belangrijk dat de GFS-berekeningen al zo ver van te voren de stratosfeer op 20 km hoogte goed in de smiezen hadden? Dat zit zo: de koude-periode zou tussen 15 en 20 januari een grote kans van slagen hebben. Wat we nu hebben gezien is dat er in de stratosfeer amper verschillen zaten tussen de berekening van 7 januari en daarna, en de uitkomst. Dat betekent dat er ook geen grote verschillen waren die kunnen verklaren waarom er eerst wel een koude-uitbraak berekend werd, en na 10 januari niet meer.

Kortom: de sleutel tot de koude-uitbraak ligt waarschijnlijk niet in de stratosfeer.

Deel 2: afdalen naar de grond

Als de sleutel tot succes waarschijnlijk niet in de stratosfeer ligt, waar moeten we dan deze crime-scene investigation doorzetten? Het enige wat dan nog overblijft is de luchtlaag waarin we leven: de troposfeer.

Kracht westenwinden de sleutel?

De eerste vraag die we ons stellen, is: heeft de plotselinge stratosferische opwarming minder invloed gehad op de troposfeer dan verwacht?

Een citaat uit de vorige blog:

Kijken we dan in iets meer detail naar de stromingspatronen, dan zien we eind januari tekenen voor een ‘Atlantisch hogedrukgebied’ en een ‘negatieve NAO’. Laatstgenoemde betekent een zwakkere westcirculatie dan normaal.

De ‘negatieve NAO’ is waar we de focus op leggen. Dit doen we als volgt: de theorie zegt dat na een plotselinge stratosferische opwarming er gemiddeld minder sterke westenwinden zijn dan normaal. Dat wordt vaak uitgedrukt in de ‘Noord-Atlantische Oscillatie (NAO) index’. Is deze index positief, dan staan er gemiddeld sterkere westenwinden dan normaal nabij Nederland. Het tegenovergestelde is waar voor een negatief getal.

Weerkundig werkt dit als volgt: bij een positieve waarde is de luchtdruk bij IJsland lager dan normaal, en bij Portugal hoger dan normaal. Bij een negatieve waarde is dat precies andersom.

Kijken we naar de waarde van de index in januari hieronder, dan zien we dat die negatief is. Dit geldt ook na de plotselinge stratosferische opwarming. Weliswaar werd de index minder negatief nadat de opwarming had plaats gevonden (5 januari), maar dit was niet anders dan van te voren verwacht. Ook in de periode dat de koude periode werd verwacht en daarna was er weinig verschil in de verwachtingen.

De waarde van de NAO-index tussen 1 januari en 17 januari.

De conclusie is dus als volgt: het grootschalige stromingspatroon uitgedrukt in de kracht van de westelijke stroming op de Oceaan is niet de sleutel waarom de koude periode uitbleef.

Een laatste poging

Met de analyse hierboven zijn we nog maar weinig dichter bij de oplossing gekomen. Zowel het grootschalige stromingspatroon als de stratosfeer lijken geen belangrijke rol te spelen. Dat betekent dat we op de details moeten gaan letten. Grote details – zo zal zo blijken.

De laatste stap die we ondernemen is de volgende: we vergelijken de verwachting van 9 januari (een die ook een koude periode verwachtte) met de uitkomst. In de hoop dat we daar wijzer van worden.

Vergelijking van de ECMWF-verwachting op 7 januari voor 19 januari (links) met de realisatie  op 19 januari (rechts). Dit is van de luchtdruk aan de grond (witte lijnen) en hoogte van het 500 hPa-drukvlak (andere manier om er naar te kijken: luchtdruk op

In een oogoslag is het vrij duidelijk: deze weerkaarten lijken totaal niet op elkaar. De locatie van hoge- en lagedrukgebieden is volstrekt anders dan verwacht op 9 januari.

De enige overeenkomst is dat in beide weerkaarten geen sprake is van een krachtige stroming uit het westen. Dan zou je veel krachtigere lagedrukgebieden verwachten bij en west (links) van IJsland. Bij een krachtige westelijke stroming verwacht je daar juist lage luchtdruk aan de grond, en op hoogte (blauwe/paarse kleuren).

Een echt duidelijke verklaring waarom de koude uitbleef is hiermee niet te geven. Het lijkt dat de ligging van redelijk kleinschalige hoge- en lagedrukgebieden vrij onvoorspelbaar was. Dit terwijl het weer in de stratosfeer dus wel goed te voorspellen was. Hetzelfde gold voor het weer grootschalig aan de grond.

Wat hieruit mee te nemen? Het blijkt dus dat het grootschalige weerpatroon niet altijd iets zegt over hoe goed het weer in meer detail te verwachten is. Nog sterker gesteld: als sprake is van zwakke westenwinden (negatieve NAO-index), dan is de atmosfeer op detailniveau misschien wel minder voorspelbaar dan normaal*. 

Samenvatting van de zoektocht

Kortom, het blijkt dat de ‘koude die nooit kwam’ te verklaren is door verschillen in kleinschalige systemen. Hoewel de sterke westenwinden dus wel degelijk uitbleven, kwamen de hoge- en lagedrukgebieden anders te liggen dan verwacht. En dat was door de bril van winterweer in Nederland gezien precies hoe het niet had moeten zijn.

Het speurwerk voor de crime-scene investigation heeft dus het volgende opgeleverd:

  1. In plaats van de verwachte koude periode kregen we temperaturen in de dubbele cijfers
  2. Het gedrag van de stratosfeer was goed verwacht door de modellen, dus het uitblijven van de koude was niet te verklaren door de stratosfeer.
  3. Ook het grootschalige patroon aan de grond deed redelijk wat je zou verwachten na een plotselinge stratosferische opwarming: minder sterke westenwinden dan normaal.
  4. Het blijkt dat de sleutel vooral zat in verschillen in hoge- en lagedrukgebieden die redelijk klein in omvang waren.
  5. Het weertype van de afgelopen weken met zwakke westenwinden zorgt mogelijk voor een grotere onzekerheid dan normaal voor het weer op kleine schaal.

Wat brengt de toekomst?

In ieder geval weten we dat de effecten van een plotselinge opwarming in de stratosfeer gemiddeld 1 tot anderhalve maand aan kunnen houden. Dus het laatste woord over deze ‘winter’ is nog niet geschreven. We houden hoop!

Ben je na deze zoektocht in het verleden benieuwd wat we in de toekomst zullen krijgen? Check dan het Alpen- en Beneluxweerbericht!

 

 

 

*De conclusie hierboven is alleen van toepassing als geen sprake is van een blokkade. Wanneer er een duidelijk/krachtig blokkerend hogedrukgebied aanwezig is, dan ligt de positie van het bijbehorende hogedrukgebied vrij goed vast. Dan is de atmosfeer op kleine schaal waarschijnlijk beter voorspelbaar dan in het geval van zwakke westenwinden zonder duidelijke blokkade.

 


Innsbruck en NKBV zijn partners van Alpenweerman.

Vorig artikelAlpen – Benelux | In kouder vaarwater, veel sneeuw Alpenzuidkant verwacht
Volgend artikelLage Landen: Licht winters weekend
Afgestudeerd in de opleiding Earth and Environment, met als specialisatie meteorologie. Wetenschappelijk blogger en lezinggever AWM. Researcher Stratospheric Warmings and their coupling to the troposphere

48 REACTIES

  1. Wat weer helder en mooi uiteen gezet Lars! Top hoor!
    Jammer alleen dat we niet datgene gekregen hebben waar we op zitten te wachten. Mar zoals al zo vaak gezegd, uiteindelijk zijn het de puzzelstukjes die ook goed moeten vallen! Ditmaal mocht het helaas niet zo zijn. Maar zoals je zegt, het is nog niet voorbij en de PV blijft zwak.

    • Zeker! Het ‘einde’ van de verzwakte poolwervel is nog niet in zicht.

      De nieuwe lange termijn run van het ECMWF-model laat opnieuw een opwarming zien rond de maandwisseling. Voorlopig komt de poolwervel dus zeker niet op oorlogssterkte!

  2. Mooi bericht en heldere uitleg! Leest als een spannend verhaal.

    Helaas geen kou in Nederland, maar in de Alpen is het de laatste tijd winters geweest en in sommige gebieden ligt bovengemiddeld veel sneeuw op dit moment. Ook in Spanje is het afgelopen tijd erg koud geweest.

    Als ik kijk naar de gemiddelde temperatuur op het NH ligt deze vrij laag en soms onder gemiddeld (zie GFS verwachting), terwijl deze vaak +1 C is. In hoeverre is dit en bovenstaande te relateren aan de SSW? Dank alvast!

    • Hallo Roy,

      Bedankt voor je positieve reactie!

      Dat is een heel interessante vraag! Dit zijn snippets van 1 dag, waarbij ik het heel moeilijk vind om daar een zinnige uitspraak over te doen. Temperatuurafwijkingen op dagelijkse schaal van 1 graad kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld een hogedrukgebied boven Siberië wat daar lang blijft liggen en voor extreme koude-afwijkingen zorgt. Dit terwijl een dergelijk hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan niets doet vanwege de grote warmtecapacteit van de oceaan.

      Dat gezegd hebbende: na een SSW zien we vaak een minder sterke westelijke stroming dan normaal; iets wat we hier ook lijken te zien. Dan zou je verwachten dat er een stuk minder stroming is in de atmosfeer. Vooral op het winterlijk halfrond zorgt dat er mogelijk voor dat er minder ‘mixing’ tussen land en zee is. Dat kan betekenen dat het land (gemiddeld gezien) meer tijd heeft om af te koelen (gezien de negatieve stralingsbalans in de winter – langere nachten dan dagen ). En dat kan deze afwijkingen wellicht verklaren.

  3. Wat een goede uitleg! Met dit verhaal in gedachte ben ik razend benieuwd naar de maandverwachting voor Februari. Hoop dat jullie die zouden willen doen…

  4. Op zich goed verhaal, maar wat ontbreekt is 1) MJO juist in fase 3 terecht kwam, teleconnectie met positieve NAO, icm SSW zorgde dit er voor dat de NAO wel negatief was, maar niet sterk 2) er sprake was van een displacement van de stratosferische vortex naar de Atlantische Oceaan, dat zorgde voor een westelijke stroming. Aanvankelijk stond er een split op het programma. Dat ging niet door. Deze SSW was en is vooral wave 1 gedreven.

    • Belangrijkste voor Bas is dat een SSW (los van de details die je benoemt)hooguit een opening KAN zijn voor winterweer in de LL. Niet meer dan dat.

    • Beste Bas,

      Bedankt voor je reactie.

      Je eerste punt is interessant! De MJO heb ik niet bekeken als mogelijke ‘uitleg’ in het verhaal. Weet jij toevallig of de MJO-verwachting vóór en ná 10 januari er heel anders uitzag?

      Wat betreft punt 2: volgens mij is er een tijdschaal-verschil tussen waar jij het over hebt en waar deze blog over gaat. Er was inderdaad eerst onzekerheid of er een split of displacement aan zou komen. Maar toen de koude periode voor Nederland in beeld kwam (vanaf ongeveer 8 januari) was het al duidelijk dat de SSW in de vorm van een displacement zou plaatsvinden. Kortom: de onzekerheid naar de SSW toe wordt niet in dit artikel behandeld, het gaat juist om de onzekerheid specifiek voor de mogelijke kou in Nederland verwacht vanaf 8 januari.

      Verder zeg je terecht dat de displacement de poolwervel naar de Atlantische / Eurazische kant op zou duwen. Maar dat stond al vast ver voor de periode waarover dit artikel gaat. En ‘ondanks’ dat kwam het ECMWF ensemble dus toch met een gerede kans op een winterse periode. Dus de grootschalige poolwervel-displacement is mijns inziens niet van wezenlijk belang voor wat zich hier heeft afgespeeld.

      • Ik denk dat de EC-pluim een te kleine spreiding had. Dat zag je bijv. ook in januari 2017. Wellicht kan je dat nog herinneren. Het was trouwens een precaire situatie, waarbij het Azorenhoog naar het noordwesten uitbreidde en de invloed van het Scandinavische hoog overschat. Een euvel dat we bij EC op termijn van 5-7 dagen wel vaker zien.

        De getoonde kaart van 9 januari (staat 7 januari) laat m.i. geen winterkou zien, maar een aanvoer polaire lucht met een flinke omweg. Aan de vorm van het Atl hoog zie je ook dat die na structureel gaat aanpunten naar het noorden, maar vrij snel zal omvallen. De kou zoals in de pluim getoond, kwam voort uit aflandige winden.

        De EC-verwachting voor 5 januari (datum SSW onset) laat op de LT een poging tot split zien. Wellicht heeft het daar ook mee te maken. De wisselwerking tussen stratosfeer en troposfeer is lastig.

        MJO-verwachting waar je over vroeg heb ik niet. Ik weet nog wel, dat de fase 3 steviger uitpakte dan eerst voorzien, maar nog steeds is de amplitude niet groot. Dus ook dat is een vraagteken.

        Dank voor het onder de aandacht brengen van de stratosfeer.

        Ik zou het trouwens leuk vinden als je in november 2021 een presentatie wilt geven over de stratosfeer op onze wintermeeting. Link editie 2020 http://www.weerwoord.be/m/2648582

        • De EC-kaart van 10 januari. Ik vind het moeilijk te begrijpen dat er echt enthousiasme was. GFS ging niet mee, UKMO ook niet.
          Ook de getoonde EC-pluim toont geen schaatsweer. Van weinig vorst, kan je niet schaatsen 😉

          • Je moet dit echter wel in zijn gehele context en breder bekijken en niet adhv van 1 EC oper uitdraai. Rond die tijd hebben we de synoptische mogelijkheden uitvoerig besproken en geanalyseerd en ook het GFS ging wel degelijk mee met die mooie winterse setting. Kantelpunt / bottleneck zou, en dat hadden we al ruim van te voren aangekondigd, een depressie zijn die ten ZO van Groenland tot ontwikkeling zou komen. Lees de diverse weerberichten er nog maar eens op na. Helaas koos de atmosfeer ondanks de veelbelovende kaarten en SSW voor een ander scenario. Een scenario waarbij juist de LL buiten de boot vielen ondanks een koude anomalie voor grote delen van Europa. Zoals al zo vaak geopperd, voor winterweer met vrieskou moet de stroming de NO tot O hoek opzoeken en dat ontbrak er steeds weer aan met de lagedrukgebieden op de verkeerde plek(ken). Eigenlijk precies hetgeen Lars ook als conclusie trok!

            https://www.alpenweerman.nl/alpen-benelux-spannende-tijden-voor-de-winterliefhebbers/

          • Dag Johann. Ik heb het artikel gelezen. Goed verhaal. Veel mitsen en maren. Voor de duidelijkheid. Ik heb 1 EC oper laten zien, er zijn er meer hoor. Ook UKMO was niet erg overtuigend. Uiteraard bekijk ik het hele zaakje 😉 Zoals jullie in het verhaal al stellen, was het een complexe situatie. Dan is toch al genoeg reden om voorzichtig te zijn? Het uitgangspunt lijkt mij niet erg beloftevol. Ik ben schaatsliefhebber, maar was nauwelijks enthousiast. Want dan zit je in een situatie m.i. die bijna niet fout kan gaan. Nu was het vanaf het begin precair en weet je uit ervaring dat zoiets verkeerd kan uitpakken, ondanks dat de pluim eensgezind is. In de avond van 10 januari ging er al een streep doorheen. http://www.weerwoord.be/m/2683186

          • Die discussie zegt ook genoeg, nice. Het mocht voor de winter en schaatsliefhebbers helaas weer niet zo zijn en wellicht hadden we weer te hoge verwachtingen. BTW leuk de uitnodiging voor Lars voor jullie wintermeeting. Ik heb het er nog even met hem over gehad. Deze complexe materie is ok voor het AWM team / en volgers interessant en leerzaam. Al is het alleen al om eens over te brainstormen of een kennissessie aan te spenderen Wellicht kunnen we er voor beide partijen nog wat meer uithalen resp. het wat breder ook bij onze achterban uitdragen. Evt eens over babbelen?!

    • Dat zou mij ook interesseren Bas het geen Lars vraagt in antwoord op jou reactie tav de MJO verwachting(en). Ik heb de MJO ook niet op de voet gevolgd en is ook niet zo mijn “ding” en zou dat eens terug moeten rechercheren. Ik kan me echter herinneren dat de MJO als voorspellende waarde de afgelopen herfst / winter ook niet echt bruikbaar was. En ook nu zien we een MJO fase 3 / 4 terwijl je na een SSW rond deze tijd juist een MJO fase 6 / 7 zou verwachten. Het voorkomen van MJO-fasen 6 en 7 neemt, zo is o.a. gebleken uit onderzoek, aanzienlijk toe gedurende ongeveer 20 dagen na het begin van SSW’s door verhoogde convectieve activiteit boven de equatoriale centrale en westelijke Stille Oceaan. (#Feiyang Wang et al 2020)

      Hoe dan ook, de interactie(s) tussen MJO en extratropische stratosfeer / SSW blijven zijn hoe dan ook zeer complex en vragen nog veel onderzoek.

  5. Mooie uiteenzetting, qua inhoud en qua vorm! Vanaf midden volgende week lijkt de winter even in de ‘pauzestand’ te gaan voor onze contreien. Maar de kou blijft in de buurt (noorden en oosten) dus laten we hopen dat februari echt winters wordt.

  6. Goed verhaal Lars! Helder uitgelegd!
    Mag je voor mij vaker doen.
    Niet alleen vooruitkijken maar ook terugblikken.
    Van zo’n terugblik is altijd weer wat te leren.
    Zeer interessant.

  7. Ondertussen wordt het onderhand een patroon dat voorspelde koude uitblijft in onze contreien. Keer op keer blijkt de laatste jaren dat een min of meer verwachte koudeuitbraak niet wordt gematerialiseerd als het uur u is aangebroken. Misschien zijn er nog onbekende variabelen in het spel die zorgen voor een grotere dominantie van oceeangedreven weer dan op basis van de huidige gebruikte parameters steeds verwacht wordt.

  8. Hoi Lars,

    Dank je wel voor de heldere uiteenzetting! Het leest als een boek en zeer interessant!

  9. Binnenkort kun je een verhaal gaan schrijven hoe de kou die WEL kwam Lars.
    GFS12u oper laat de winter naar NL komen met sneeuw en vorst. Mooie Hogedrukkern boven de Britse eilanden die de wind vanuit het Noordoosten laat komen met eerst rond 4-2 een pak sneeuw in Zuidelijk deel van NL in deze oper.
    Ik geloof er deze keer keer WEL in! We gaan winter krijgen in februari zeg ik stellig.

    • Eens Erwin. Laat die winter maar komen… 13 december is mijn vrouw uitgerekend. Dus kom maar op met die winter baby. Het weer lijkt net een geboorte: komtie wel of komtie niet… maar uiteindelijk komtie toch 😉

    • o shit Erwin je moet oppassen met dit soort uitspraken, de guillotuines zijn geslepen en getest op Johann… 😛 ik duim met je mee overigens.

      • Als ze echt getest zijn waren ze toch niet scherp Casper :-))
        Maar idd : soms moet je je nek uit durven steken!
        Niet voor onder de guillotine maar voor een ouderwetse gedurfde winteruitspraak!!

  10. @Lars, thnx! Voor de mooie uiteenzetting van de kou niet wou. Daarna de reacties die goed te pruimen zijn met zicht op een mooie winterse februari. In maart kunnen we dan weer zeggen dat het ruk was, maar we hebben dan wel mooie voorpret gehad!

    • Ik heb helaas (best interessante kaarten) voor vanavond geen tijd voor een avond update Martin! Dus we zullen het even met of binnen de reacties moeten doen 😉

  11. Höhenkaltluft en interessante synoptische setting boven de LL de komende dagen /weekend. Altijd goed voor “verrassingen”. ps Hier in Oberwallis is het weer begonnen te sneeuwen na 3 dagen Föhn!

  12. Modellen (globaal maar ook meso) bieden weinig houvast mbt sneeuw accumulaties. #naarbuitenkijken

    • Idd opnieuw mooie trend die GFS18 oper (blauwe lijn, rest ensembles volgt nog). Laten we hopen dat dat morgen een mooi vervolg gaat krijgen en o.a. ook ondersteund gaat worden door de ensembles en mn ook het ECMWF.

  13. Weinig veranderingen vanmorgen in weermodellen land. Op de wat LT nog steeds mooie koudere opties. Interessant om te vervolgen als mogelijk nieuw trekpaard voor veel koudere vrieslucht vanaf de pool is een depressie die volgend weekend bij ons in beeld komt. Net als gisteren zou daarna de noordelijke hogedruk zich verder kunnen opbouwen. De setting is echter nog “fragiel maar zeker interessant! Later vandaag meer daarover

    • En goede nieuws is dat we dit de oper deze daling volgt op 240u! Verder dan 240u vooruit gaat de oper niet. Ik blijf in de interinval in februari geloven.

        • Komende 36 uur wordt ook spannend. Ten eerste wat betreft de exacte trekrichting van de bovenlucht trog die vanavond het Westen van de LL nadert. Waarschijnlijk een buiig karakter met natte sneeuw aan de kust en mogelijk droge sneeuw in het binnenland. Interessant is vooral dat het voor de trogpassage het nog vrij helder is waardoor de temperturen net voldoende kunnen zakken zodat ook de grondtemperatuur (wegdek) laag genoeg is voor sneeuw te kunnen laten liggen (dus niet alleen op autoś en gras maar ook op de weg).. Zelf schat ik grooste sneeuwkans in voor ZO Nederland.
          Morgenavond wederom de beste papieren voor het Zuiden lijkt het. De occlusie lijkt dan vanuit het Westen Oostwaarts te trekken over Noordelijk deel Belgie of zelfs nog wat Noordelijker. O.a. Hirlam komt nu met die iets Noordelijkere koers. Vooralsnog ook morgenavond beste papieren voor sneeuw voor N-Brabant en Limburg. Zeker de hogere delen in Limburg gaan wit worden denk ik. Mogelijk ook de lagere delen in het binnenland. Wordt weer ouderwets potje snowcasten komende 36 uur. Wie doet er mee??

        • Zowel AROME als COSMO geven nu een iets Westelijkere trekrichting van het laagje en dat is gunstig! Indien het voor het frontje vanavond nog voldoende opklaart en dus de grondtempertuur laag genoeg is dan is het waarschijnlijk BINGO en krijgen we opnieuw sneeuw in globaal een groot deel van Nederland ONDER de grote rivieren. Beste papieren kansen voor ZO, met name Limburg.

Comments are closed.