Arctische Oscillatie (AO)

ARCTISCHE OSCILLATIE (AO)

De Arctische Oscillatie gaat uit van het luchtdrukverschil op zeeniveau op het 500 hPa hoogte tussen de polaire streken en de middelbare breedten. Met andere woorden, diepe depressies in het noorden en sterke hogedrukgebieden in het zuiden staan borg een sterke AO. Sedert de jaren tachtig van de twintigste eeuw is de AO in kracht toegenomen.

POSITIEVE AO
Relatieve hoge temperaturen op gematigde breedten.

NEGATIEVE AO
Relatieve lage temperaturen op gematigde breedten.

NOORD ATLANTISCHE OSCILLATIE (NAO)

De NAO is een onderdeel van de AO. Tussen omstreeks 1950 en 1970 was deze over het algemeen negatief, maar sinds 1970 wordt de positieve NAO steeds dominanter. Bij een positieve NAO overheersen de westen winden en bij een negatieve NAO wordt de continentale invloed in Europa groter.

POSITIEVE NAO
– Zeer krachtige hogedrukgebieden boven Bermuda/Azoren,
– Grote en diepe depressie boven het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan,
– Zachte en natte winters in West Europa,
– Koude en droge winters in het noorden van Canada en Groenland,
– Milde natte winters in het oosten van de USA.

NEGATIEVE NAO
– Zwakke hogedrukgebieden boven Bermuda/Azoren,
– Gematigde depressies boven het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan,
– Blokkerende hogedrukgebieden met koude (droge) winters in grote delen van Europa,
– Grotere depressie activiteit boven de Middellandse zee,
– Zachte winters in Groenland,
– Koud met sneeuw in het oosten van de USA.

De schema’s hieronder tonen per seizoen de kracht van de NAO index vanaf omstreeks 1820.

PACIFIC – NOORD AMERIKAANSE OSCILLATIE (PNA)

Het weerbeeld bij de PNA wordt bepaald ligging en kracht van hogedrukgebieden boven het noordelijk deel van de Stille oceaan en de omgeving van Florida. Deze en andere onderstaande oscillaties hebben geen invloed op het weer in West-Europa.

POSITIEVE PNA
– Krachtige hogedrukgebieden boven Hawaii en het westen van de USA,
– Zwakke hogedrukgebieden boven de Aleoeten en het zuidoosten van de USA,
– Krachtige straalstroom van Oost-Azië tot boven het westen van de USA,
– Zachte winters in het westen van Canada en het westen van de USA,
– Droog in de Midwest staten van de USA,
– Koude winters in het zuiden en zuidoosten van de USA.

NEGATIEVE PNA
– Blokkerende hogedrukgebieden boven het noorden van de Stille Oceaan en Alaska,
– Afbuiging van de Oost-Aziatische straalstroom via de Stille oceaan naar Siberië,
– Koude winters in het westen van Canada en het westen van de USA,
– Nat in de Midwest staten van de USA,
– Zachte winters in het zuiden en zuidoosten van de USA.

ZUIDELIJKE OSCILLATIE

Tot de southern oscillations behoren de El Niño en zijn tegenhanger de La Niña. Beiden wisselen elkaar periodiek af en liggen net ten zuiden van de evenaar in de Stille oceaan.
In Europa hebben de El Niño en La Niña niet veel invloed, maar de kans dat een tot stormdepressie omgevormde tropische cycloon West-Europa kan bereiken is tijdens een La Niña iets groter dan tijdens een El Niño. Dergelijke ex-tropische cyclonen kunnen dan voor veel regen, onweer en wind zorgen.

EL NIÑO – SOUTHERN OSCILLATION (ENSO)

– Krachtige straalstroom boven de Stille oceaan,
– Lagedrukgebieden boven het noorden van de Stille Oceaan,
– Afzwakken van westenwind, of draaiend naar het oosten boven de evenaar van de Stille oceaan,
– Krachtige hogedrukgebieden boven de Indische oceaan, Australië en Indonesië,
– Warm en nat in de woestijnen van Peru,
– Omkering van de zeestroming in de richting Zuid Amerika,
– Afname van cycloon activiteit boven de Atlantische oceaan,
– Toename van cycloon activiteit boven het oostelijk deel van de Stille Oceaan.

LA NIÑA – SOUTHERN OSCILLATION

– Variable straalstroom boven de Stille Oceaan,
– Tendens voor blokkerende hogedrukgebieden boven de noordelijke Stille oceaan,
– Westenwind boven de evenaar van de Stille oceaan,
– Nat aan de westelijk equatoriale kusten van de Stille oceaan,
– Omkering van de zeestroming in de richting van zuidoost Azië,
– Toename van cycloon activiteit boven de Atlantische oceaan,
– Afname van cycloon activiteit boven het oostelijk deel van de Stille oceaan.

ANTARCTISCHE OSCILLATIE (AAO)

De AAO staat ook bekend als de Southern Annular Mode (SAM) en wordt beïnvloed door luchtdrukverschillen tussen 45°ZB en 65°ZB. Sedert de jaren veertig van de twintigste eeuw is deze overwegend positief.

POSITIEVE AAO
– Veel en zware stormen in de wateren rond de zuidpool,
– Boven het continent van de zuidpool relatief zwakke hogedruk,
– Sterke hogedrukgebieden boven gematigde breedten,
– Krachtige westendrift in de wateren rondom de zuidpool,
– Koud boven het continent.

NEGATIEVE AAO
– Gematigde depressie activiteit rond de zuidpool,
– Boven het continent van de zuidpool relatief krachtige hogedruk,
– Zwakke hogedrukgebieden boven gematigde breedten,
– Relatief mild/zacht boven het continent.