Alpen – Kortere, zachtere winters met minder sneeuw de nieuwe trend

Aanhoudende droogte, minder zacht

Vanmorgen weinig nieuws met betrekking tot de weermodellen en verwachtingen. Daarmee lijkt er ook geen einde te komen aan het droge herfstweer als ook de sneeuwarmoede in de Alpen en speciaal de lagere delen. Positief is dat de temperaturen geleidelijk een dalende trend inzetten en dit biedt “mogelijkheden”.

Kunstsneeuw / Snowfarming

Met het tijdelijk veel koudere weer en de lage (dauwpunt) temperaturen van de afgelopen dagen zagen we de sneeuwkanonnen en sneeuwlansen als “paddenstoelen” uit de berghellingen tevoorschijn schieten in een poging om alvast een sneeuw ondergrondje te maken in aanloop naar het komende winterseizoen. Elders maakte men gebruik van “snowfarming” , ideaal voor de lager gelegen beschutte regio’s waar met name gelanglauft wordt.

Hieronder een fraai beeld vanuit het Italiaanse Livigno (1816m) waar ze elk jaar middels snowfarming al of niet in combinatie met productie van kunstsneeuw het wintersport Langlauf seizoen inluiden.

De vraag is of dit echt zoden aan de dijk zal zetten? De temperaturen gaan weliswaar geleidelijk een wat dalende trend inzetten om uiteindelijk op een normaal niveau uit te gaan komen. Voor de hoger gelegen skigebieden kan kunstsneeuw lokaal dan zeker een uitkomst gaan bieden. Of de kunstsneeuw op de lager gelegen skigebieden en pistes zoals hieronder een lang leven beschoren zal zijn is echter maar de vraag gezien het aanhoudende vrij zachte en vooral droge weerbeeld als ook de nog steeds vrij zachte langere termijn verwachting(en)

Schwarzenlifte-1068m in de Oberallgau
Maishofen 776m

Het aanhoudende droge weer, veroorzaakt door de steeds weer inschuivende hogedrukgebieden en de noordelijk verlopende jetstream, kan echter ook de productie van kunstsneeuw problemen gaan opleveren. Voor het produceren van kunstsneeuw en een sneeuwdek is namelijk veel water nodig. (1 mwater voor  2,5 msneeuw). Reken maar eens uit wat dat voor bijvoorbeeld een skigebied als Ischgl met 200 km aan pistes en 1100 sneeuwkanonnen aan water gaat kosten!

De diverse waterreservoirs (Speicherseen) zullen dus bij aanhoudende droogte een tekort aan water gaan krijgen. Dit kan men (deels) wel weer opvangen door gebruik (vullen) van leidingwater maar hiervoor moet fors betaald worden en veelal laat het “huishoudboekje” dit dan weer niet toe.

Een nog goed gevulde Speichersee in Leogang – Asitz (1900m) Het beeld laat ook mooi de sneeuwarmoede in de bergen zien

Hieronder het beeld vanmorgen vanuit de Aletsch Arena in Oberwallis op circa 2000 meter. Mooi is te zien hoe hier ook al volop met de kunstsneeuw productie begonnen is. Op deze wat grotere hoogte zal de kunstsneeuw die beter bestand is tegen hogere luchttemperaturen overleven en een basis vormen voor het komende wintersportseizoen.

 

Meer info met betrekking tot het thema kunstsneeuw vind je in onze blog via deze  Link

De komende weken gaat in de berggebieden het grote billenknijpen met betrekking tot het uitblijven van de zo noodzakelijk sneeuw weer beginnen. Laten we hopen dat in deze toch al onzekere tijden Frau Holle ons geduld niet al te lang meer op de proef zal stellen. Gelukkig hebben we nog een paar weken te gaan en met de dan wat koudere ondergrond  tevens ook betere condities voor het eigenlijke “Einschneien” dat meest in de december maand plaatsvindt

Voorlopig geen sneeuw inzicht

Zoals gezegd zijn de verwachtingen winter technisch echter ook vandaag niet echt optimistisch en is winterweer met sneeuw geen thema. Het lijkt er zelfs op dat op de nog wat langere termijn het zachte zuidwest stromingspatroon met de noordelijke jetstream zich weer gaat herstellen en ook de warmbloedige hoogteruggen weer wat noordelijker gaan oprukken. Een trend die we de laatste tijd steeds vaker en sterker terugzien en een gevolg is van het opwarmende klimaat in het bijzonder het poolgebied.

De GFS06 langere termijn met de anti winterse drukverdeling. Opgemerkt dient te worden dat deze operationele run een tot de warmste binnen de ensembles behoort. De diverse andere leden opteren een kouder meer normaal temperatuursverloop

Er zijn echter ook wel koudere oplossingen. Gezien echter het gehele beeld van het vastgeroeste stromingspatroon tussen de 30 en 60 graden noorderbreedte als ook in de hogere atmosfeer met de krachtige polar vortex ben ik nog vrij somber voor wat betreft die koudere oplossingen.

ECMWF T850 anomalie voor de 2 december met toch wat meer “normale” condities. Opvallend de extreme koude anomalie rondom IJsland veroorzaakt door een markant laag in het zeegebied tussen noord Scandinavie en Groenland.

Maar goed, wat niet is kan nog komen dus duimen maar voor wat koudere oplossingen en vooral ook neerslag /sneeuw! Hieronder de GFS ensembles T850 hPa prikpunt Innsbruck Tirol

GFS00 ensembles

Tot zover voor deze maandagmiddag. Morgen maar weer eens verder kijken in een nieuw weerbericht verzorgd door weercollega Arjan Ehlert.  Fijne dag nog.

Ter aansluiting en aanvulling voor de geïnteresseerden hieronder nog een artikel van Meteo Schweiz over de steeds zachter en korter wordende winters in de Alpenlanden.

Steeds mildere winters in de Alpenlanden

De winters in Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk werden op de lange termijn op alle hoogten warmer. Deze trend zal zich in de toekomst waarschijnlijk voortzetten, zoals blijkt uit onderzoeken van het Federale Bureau voor Meteorologie en Klimatologie MeteoSwiss, de Duitse Weerdienst (DWD) en het Centraal Instituut voor Meteorologie en Geodynamica (ZAMG). Op lage hoogte zal de opwarming van de aarde de hoeveelheid sneeuw aanzienlijk verminderen. Op grotere hoogten (boven ongeveer 1500 tot 2000 m) kan ook de komende decennia voldoende natuurlijke sneeuw voor wintersport worden verwacht. Met duidelijke maatregelen om de klimaat beïnvloedende broeikasgassen zoals kooldioxide te verminderen, zouden de opwarming en de afname van sneeuw aanzienlijk kunnen worden beperkt.

Duidelijk temperatuursignaal

Het duidelijkste signaal van klimaatverandering is de stijgende luchttemperatuur in alle seizoenen. Door de opwarming brengen de winters steeds minder sneeuw naar de lager gelegen gebieden, aangezien het hier vaker regent dan sneeuwt en al gevallen sneeuw sneller smelt. Op grotere hoogte, zelfs in zachte winters, is het meestal koud genoeg voor sneeuw. (Alle evaluaties hebben betrekking op de meteorologische winter, bestaande uit december, januari, februari).

Opvallend de laatste jaren ook de vrij natte sneeuw en soms regen tot soms ver boven de 2000 meter in de hoogwinter. O.a was dit het geval rond de 22 januari 2018. Deze foto is gemaakt op Rosswald, op 1800 meter, door de zware sneeuw sneuvelden toen vele dennebomen of verloren hun top

De analyse van langetermijn trends is soms lastig omdat de wintertemperaturen van jaar tot jaar sterk fluctueren en er ook grote regionale verschillen zijn. Het is bijvoorbeeld alleen mogelijk voor tijdreeksen van ongeveer 80 jaar om de natuurlijke fluctuaties in de winter te onderscheiden van de langetermijn veranderingen die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde onder invloed van de mens.

Basis voor een objectieve discussie en langetermijn maatregelen

“Een belangrijk doel van klimaatonderzoek door de nationale weerdiensten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is het verstrekken van gedetailleerde klimaatevaluaties van het verleden en de toekomst van winters, zodat een objectieve discussie over de huidige stand van het onderzoek mogelijk is en belangrijke langetermijn maatregelen kunnen worden genomen. “, Zegt Marc Olefs, hoofd klimaatonderzoek bij het Centraal Instituut voor Meteorologie en Geodynamica (ZAMG).

“Klimaatverandering in de Alpen stopt niet bij de politieke grenzen. De nauwe samenwerking tussen de nationale weerdiensten in Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk maakt het mogelijk om een ​​uniforme klimatologische basis te bieden voor de effecten, aanpassing en vermindering van klimaatverandering ”, zegt Mischa Croci-Maspoli, hoofd van de klimaatafdeling bij het Federale Bureau voor Meteorologie en Klimatologie MeteoSwiss .

Tobias Fuchs, DWD-bestuurslid voor Klimaat en Milieu: “Klimaatverandering stelt ons nu al voor uitdagingen die grensoverschrijdende en interdisciplinaire samenwerking vergen om de natuur, de mens en de economie op lange termijn optimaal aan te passen aan klimaatverandering. Met de intensieve samenwerking van de nationale weerdiensten van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland kunnen we duurzame en holistische strategieën ontwikkelen om de veerkracht en het aanpassingsvermogen van de regio’s te verbeteren.”

Meerdere recordwinters in de afgelopen jaren

De afgelopen jaren zijn in veel Europese landen de mildste winters in de meetgeschiedenis geweest. In Oostenrijk zijn de warmste winters in de 253-jarige meetgeschiedenis de winters 2006/07, 2019/20 en, op de derde plaats, 2013/14 en 2015/16.

In Duitsland werden de warmste winters tot nu toe sinds 1881 geregistreerd in 2006/07, 2019/20 en 1974/75. Zes van de tien warmste winters in Duitsland werden geregistreerd in de 21e eeuw.

In Zwitserland was de afgelopen winter 2019/20 landelijk gemiddeld de warmste sinds de introductie van het officiële meetnet in 1864. Dit geldt ook voor de ruim 260 jaar oude meetreeksen uit Bazel en Genève en voor de ruim 200 jaar durende meetreeksen van de hoogalpiene meetlocatie Grosser Sint Bernard. In het landelijk gemiddelde volgt de winter 2006/07 op de tweede plaats en de winter 2015/16 op de derde plaats.

Temperatuur: mildere winters, zelfs in de bergen

Alle bergstations in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland laten een opwarming van de winter zien. Bij de opkomst op de lange termijn zijn soms fasen van afkoeling over meerdere jaren ingebed. In Oostenrijk is bijvoorbeeld het observatorium Sonnblick van de ZAMG op 3106 m boven zeeniveau geregistreerd een lichte afkoeling in de afgelopen 30 jaar. De hele 134-jarige geschiedenis van metingen aan de Sonnblick laat echter een statistisch significante opwarming in de winter van 1,9 ° C zien.

In Duitsland is het in de wintermaanden zowel in de Alpen als in het middelgebergte warmer geworden. In het Duitse Alpengebied en in het oostelijke middelgebergte (Ertsgebergte, Thüringer Woud, Fichtelgebergte, Beierse Woud en het Lausitzgebergte) is het sinds 1881 1,4 ° C warmer geworden, in het Zwarte Woud en de Schwäbische Alb stegen de gemiddelde temperaturen in dezelfde periode rond 1,7 ° C.

In Zwitserland laten de lange gegevensreeksen sinds 1864 duidelijk de opwarming in de winter zien als gevolg van klimaatverandering, bijvoorbeeld bij het bergstation Säntis (2501 m boven zeeniveau) met 1,7 ° C. De wintertemperatuur van 1900 tot de jaren 80 vertoonde een rustig verloop zonder duidelijke verandering op de lange termijn. Aan het einde van de jaren tachtig was er een overgang naar een kenmerkende warme winterfase, vooral op berggebieden. Door natuurlijke schommelingen kunnen in de tussentijd koelere winters optreden, zoals vanaf het jaar 2000. In de afgelopen tijd is de uitgesproken winterwarmte weer aanwezig op berggebieden.

Op grote hoogte heeft de hoeveelheid neerslag een grotere invloed op de sneeuwsituatie dan de temperatuur, aangezien het hier ondanks de opwarming van de aarde meestal koud genoeg is voor sneeuwval.

Hieronder de wintertemperatuur (december tot februari) bij de drie bergstations Säntis (Zwitserland), Hohenpeissenberg (Duitsland) en Sonnblick (Oostenrijk). De afwijking van de 1961-1990 norm wordt weergegeven in °C.

Sneeuw: De winters beginnen later en eindigen eerder

In lage gebieden is het precies andersom. Hier hebben de temperaturen in de winter een beduidend grotere invloed op de sneeuw dan de weersomstandigheden.

Daarom is als gevolg van de opwarming van de aarde het aantal dagen met een gesloten sneeuwbedekking op lage hoogte op lange termijn aanzienlijk afgenomen. Aan het begin van de winter vormt zich later een sneeuwdek en aan het einde van de winter smelt de sneeuw eerder. Het effect is vooral sterk aan het einde van de winter omdat de opwarming van de aarde in de lentemaanden sterker is dan in de herfstmaanden. Zo is in Oostenrijk het aantal dagen met een sneeuwdek in Wenen, Innsbruck en Graz de afgelopen 90 jaar met ongeveer 30 procent afgenomen.

Op het Zwitserse plateau is het aantal dagen met een sneeuwdek de afgelopen 90 jaar met 25 tot 35 procent afgenomen, met de grote daling eind jaren tachtig met de sterke winteropwarming. Kort na 2000 waren er tijdelijk sneeuwrijkere winters op het Zwitserse plateau. De laatste jaren is er echter weer een uitgesproken gebrek aan sneeuw geconstateerd.

Gemiddeld verloop van de sneeuwhoogte van oktober tot juni in Arosa voor de klimaatperioden 1961-1990 en 1981-2010, evenals de klimaatperiode 1991-2020.

In Duitsland is ook het gemiddelde aantal sneeuwbedekkingsdagen afgenomen. In München bijvoorbeeld zijn er tegenwoordig gemiddeld 20 dagen minder sneeuw dan in de jaren vijftig, en in Berlijn 11 dagen minder. Deze trend wordt echter bedekt door een hoge mate van variabiliteit. Dus in het recente verleden zijn er winters geweest met vele dagen met een gesloten sneeuwdek in de jaren 2009/10 en 2012/13.

Hieronder het aantal dagen met sneeuwbedekking in de winter (december tot februari) op ​​de meetlocaties in Bern en Einsiedeln (Zwitserland) en Innsbruck, Graz(Oostenrijk).

 

Ambitieuze klimaatbescherming kan de impact halveren

Deze trends zullen zich de komende decennia waarschijnlijk voortzetten. Het is echter onduidelijk hoe sterk de veranderingen zullen zijn. In het geval van vergaande maatregelen om broeikasgassen te verminderen, zoals voorzien in het Klimaatbeschermingsakkoord van Parijs van 2015, kan de opwarming aanzienlijk worden verminderd. Dan is de afname van de dagen met sneeuw zou ook minder zijn.

Studies voor Oostenrijk tonen aan: met ongecontroleerde uitstoot van broeikasgassen neemt de duur van de sneeuwbedekking met ongeveer 90 procent af tegen 2100 op diepe locaties en met iets meer dan 50 procent op locaties rond 1500 meter boven zeeniveau. Als het Akkoord van Parijs wordt nageleefd, zijn de effecten slechts ongeveer half zo sterk.

Op de noordelijke hellingen van de Alpen in Zwitserland is het bevriezingsniveau in de winter met ongeveer 600 meter gestegen tot meer dan 900 meter boven zeeniveau en zal dit volgens klimaatprojecties in de toekomst blijven stijgen. Onder 1000 meter boven zeeniveau, zonder verdere klimaatbescherming, zal de sneeuwbedekking in Zwitserland daarom in 2060 met meer dan 80 procent krimpen in vergelijking met vandaag, en op hoogtes boven 1500 meter boven zeeniveau met ongeveer 30 tot 50 procent. Als het Akkoord van Parijs zou worden nageleefd, zou de impact in 2060 slechts ongeveer half zo sterk zijn.

Speciaal geval van kunstmatige sneeuw

Op kunstmatig beheerde gebieden, zoals skipistes, is de verdere ontwikkeling van de sneeuwzekerheid sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden (hoogte, microklimaat, aantal sneeuwkanonnen, beschikbare hoeveelheid water, efficiëntie) en de verdere technologische ontwikkeling van de sneeuwkanonnen. Bovendien zorgt de langdurige stijging van de wintertemperaturen op alle hoogten voor kortere en minder frequente tijdvensters waarin technische sneeuwkanonnen mogelijk zijn. Specifieke studies voor de respectievelijke regio’s zijn hier daarom nodig.