Achtergrond: sneeuw in de bergen, meer dan witte massa

0

Er is weer verse sneeuw in aantocht voor de Alpen en de Winterverwachting 2017-2018 is de deur uit. Oftewel, de winter komt er weer aan en hiermee ook de sneeuwval! Maar sneeuw is meer dan alleen maar een witte massa. Nadat de ijskristallen in de lucht een sneeuwvlok gevormd hebben kan er veel gebeuren met de sneeuw op de grond. We nemen een greep uit een aantal processen en eigenschappen die de sneeuw kan hebben.

Sneeuw in de bergen levert in ieder geval mooie plaatjes op zoals hier in Axamer Lizum in februari 2017. Foto: Maarten Minkman

Sneeuwval

Als er dan sneeuw in aankomst is in de bergen, is het altijd de vraag: waar ligt de sneeuwvalgrens? Deze ligt niet altijd op de hoogte van de vorstgrens. Door afkoeling tijdens intensieve neerslag kan deze zomaar vele tientallen meters lager uitkomen! Als het dan sneeuwt dan zijn er naast de welbekende ‘droge’ poeder en natte sneeuw ook andere vormen mogelijk. Een daarvan is korrelsneeuw wat uit broze lichte korrels bestaat. Korrelsneeuw ontstaat als hele kleine waterdruppels mengen met sneeuwvlokken. Een andere vorm van sneeuw is Poolsneeuw. Dit is sneeuw dat bestaat uit zeer kleine ijskristallen in hele koude lucht. Het bijzondere van deze sneeuw is dat deze ook onder een heldere hemel kan ontstaan. Als de lucht namelijk zo koud is dat het vocht in de lucht bevriest en kleine ijskristallen in de lucht laat zweven en soms lijken te vallen.

Invloed van het weer op sneeuw

Als de sneeuw dan eenmaal is gevallen zorgen processen van onder en boven het sneeuwdek voor een verandering van de sneeuw. Een van de eerste processen is het ombouwen van de structuur van de sneeuwkristallen. De puntige vormen worden langzaam vervormd naar een steeds rondere structuur. Dit heeft deels de de eigen druk van het sneeuwdek te maken, maar ook door warmte van bijvoorbeeld de zon. Deze sneeuw wordt na een paar dagen “Altschnee” genoemd.

Daarnaast kan waterdamp vervoerd worden binnen in het sneeuwdek. Er kunnen namelijk grote temperatuurverschillen op korte afstand voorkomen in een sneeuwdek. Deze temperatuurverschillen ontstaan doordat bijvoorbeeld de bodem nog relatief warm is (zoals in de herfst) en er koude sneeuw op valt. Deze verschillen kunnen wel 20°C per meter zijn! Door deze verschillen wordt er waterdamp vervoerd van de warme naar de koude laag waar deze weer kan bevriezen. In het warme deel is de sneeuw juist heel zwak geworden omdat er massa verdwenen is en de sneeuw van vorm is veranderd: “bekerkristallen”. Dit proces kan ook bij de bodem plaatsvinden bij de sneeuw die in de herfst valt en blijft liggen. De stevige “Altschnee” wordt dan omgezet in bijvoorbeeld “Schwimschnee”. Deze plekken zorgen later in het seizoen vaak voor lawinegevaar. Daarnaast zijn er nog vele andere processen die de sneeuw veranderen waaronder natuurlijk het smelten….

Een voorbeeld van een van “Altschnee” naar “Schwimmschnee” veranderde sneeuw aan de bodem (rode stippellijn) op de Nordkette bij Innsbruck. Foto: Maarten Minkman

Op dat smelten heeft het weer natuurlijk ook een grote invloed. En het hoeft niet eens zo te zijn dat sneeuw heel snel smelt bij temperaturen boven het vriespunt. Hierbij is de dauwpunt temperatuur belangrijk. Dit is de temperatuur tot wanneer de lucht waterdamp vast kan houden. Als de dauwpunt temperatuur heel laag ligt en de gewone temperatuur boven het vriespunt. Dan zal de sneeuw eerder verdampen dan smelten. Doordat er hierdoor geen vloeibaar water door de sneeuw stroomt smelt de rest van de sneeuw ook een stuk minder. Bovendien wordt deze een stuk minder papperig waardoor skipistes nog redelijk goed blijven onder deze condities.

Een voorbeeld van beginnende “bekerkristallen” in het Kühtai Oostenrijk. Foto Maarten Minkman

Lawines en sneeuw

De bergen en sneeuw gaan bijna hand in hand met lawines. Zo is de combinatie van losse zwakke sneeuwlagen met stevige sneeuwlagen een slechte. De eerder beschreven “Schwimmschnee” is een mooi voorbeeld van losse zwakke sneeuw. Een ander voorbeeld van een zwakke laag is rijp dat op een stevig sneeuwdek groeit of korrelsneeuw. Als hier dan vervolgens een nieuwe stevige laag sneeuw op ontstaat kan de losse zwakke laag deze bij genoeg belasting niet meer houden. Een voorbeeld van een stevige laag is bijvoorbeeld sneeuw vervoerd en afgezet door wind: stuifsneeuw. Een andere optie is het afbouwen van de kristalvorm van verse sneeuw naar rondere vormen, hierdoor ontstaan stevige sneeuwlagen die soms slecht aan elkaar kunnen binden.

Maar er zijn nog een aantal andere manieren waarop lawines ontstaan zoals door regenwater wat in een sneeuwdek trekt. Uiteindelijk hangt het er vanaf hoe dik de sneeuw is en hoe diep de zwakke lagen zich bijvoorbeeld bevinden hoe gevaarlijk het sneeuwdek precies is. Dit blijft, ook voor de experts, soms lastig in te schatten omdat lokale factoren een grote invloed hebben.

Spontane lawines zijn nooit een goed teken zoals hier in het Kühtai. Maar geen verassing als je kristallen zoals in de vorige afbeelding tegenkomt. Foto: Maarten Minkman
Rijp op een al wat oudere sneeuwlaag in de winter van 2017. Foto: Maarten Minkman

Kunstsneeuw

Tot slot is er dan nog een bijzondere variant: de kunstsneeuw. Gemaakt door sneeuwkanonnen die er in vele soorten en maten te vinden zijn. Voorbeelden zijn de lans of het ventilatorkanon. Dankzij deze apparaten groeit de sneeuwzekerheid van een gebied zoals bijvoorbeeld het Sauerland, maar kost het ook behoorlijk wat energie en water. Het principe van deze techniek is dat water onder hoge druk uit de lans of het kanon komt, vervolgens uitzet in de lucht en daardoor afkoelt. Dit afkoelen komt bovenop de invloed van de luchttemperatuur. Bij dit afkoelen ontstaan er ijskristallen die dan als sneeuw op de grond vallen. Over het algemeen zijn situaties met een relatief lage luchtvochtigheid, temperatuur en wind het beste om de sneeuw te maken. Het maken van deze sneeuw is dan ook een hele kunst en wetenschap op zich, waarin het weer dus ook een belangrijke invloed uitoefent.

In december 2016 waren de sneeuwkanonnen nodig om de pistes klaar te maken voor het seizoen. Foto van Maarten Minkman gemaakt op de Patscherkofel nabij Innsbruck.

Als sneeuw dus eenmaal ligt dan zijn er vele vormen mogelijk waarvan er nu nog maar een aantal genoemd zijn. Sneeuw kan hard of zacht worden en natuurlijk smelten. De eigenschappen veranderen en daarmee ook risico’s  op bijvoorbeeld lawines. Het weer speelt tot slot een van de belangrijkste invloeden hierin. Of de sneeuw die de komende periode valt voor “Schwimmschnee” problemen gaat zorgen in december? De tijd gaat het ons leren.

Join Alpenweerman community:
Alpenweerman.nl heeft steeds meer lezers voor de dagelijkse weerpraatjes voor zowel de Alpen als voor de Lage Landen en met regelmaat verschijnen er ook andere interessante artikelen. Wil je sponsor of partner worden van het snel groeiende platform Alpenweerman.nl, neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op via [email protected]

Samen op naar een mooie winter!

Meer weer en foto’s vind je op Facebook  en/of TwitterOok zijn we natuurlijk blij met steun in de vorm van LIKES en FOLLOWS. Foto’s zien we graag tegemoet op [email protected].

Reageer je mee?